PlusColumn

'Ik heb 234 levens gered. Ik heb ze allemaal geteld'

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op het Entrepotdok zit een man op een muurtje. Naast het muurtje staat een bankje, maar misschien is de man van mening dat hij geen plaats op het bankje verdient. Ik ga naast hem zitten. Hij ruikt naar bier. De kou die in het muurtje woont, baant zich een weg door mijn spijkerbroek en door mijn huid heen. Eenmaal binnen danst de kou met al mijn botten en organen.

"Moet je niet werken?" vraagt de man.

"Vandaag niet, meneer."

"Ik ook niet," zegt hij, "ik ben een gepensioneerde brandweerman."

"Mist u het?"

"Ik mis het zo erg dat ik alles ben kwijtgeraakt. Toen ik nog brandweerman was, vond ik het heerlijk om brandende panden binnen te lopen. En nu kan ik alleen nog maar een huis binnenlopen als het in brand staat."

"Mijn vrouw heeft me nog geprobeerd te helpen. Ze had een tentje in de voortuin opgezet en daar kon ik slapen. Ik heb vier maanden in dat tentje gewoond, maar toen had mijn vrouw er genoeg van en stak ze het tentje in de fik. Ik bluste het tentje en sindsdien woon ik bij een vriend."

"Is hij ook een gepensioneerde brandweerman?"

"Wie? Koos? Ja, hij mist het ook. Misschien nog wel meer dan ik. We wonen in een caravan in de buurt van Halfweg. We vervelen ons de pleuris. Het enige wat we doen is bordspellen spelen en wie wint mag iets blussen. Gisteren won ik en toen stak hij een oude driezitsbank in de fik. Je had me moeten zien, man. Hoe ik die brand met een tuinslang en een gieter bluste."

"Heeft u toen u nog brandweerman was veel levens gered?"

"Ik ben nog steeds een brandweerman, maar ik ­begrijp wat je bedoelt. Ik heb 234 levens gered. Ik heb ze allemaal geteld. Noem eens een getal onder de 234."

"24!"

"Dat ging om een gezin in de Hembrugstraat. Het was op kerstavond. De vlammen waren zo hoog dat een ­sopraan ze niet had kunnen nazingen. Ik heb de dochter gered. Ze had blond haar en droeg een rood jurkje. Toen ik haar kamer binnenliep en haar zag, dacht ik dat ik dood was. Zo engelachtig zag ze eruit."

"159!"

"Een oude vrouw in de Zeilstraat. Ik weet nog goed dat ze een biertje voor me uit de koelkast pakte voordat ik haar optilde."

"Wat mist u het meest dan?"

"Die sirene, het geluid van een brandweerwagen die optrekt, de blikken van kleine jongens en meisjes op het moment dat we voorbij sjezen, dat iedereen aan de kant gaat, de geur van brand in mijn wenkbrauwen en ­gewoon het feit dat ik elke dag een held mocht zijn. In de vlammen veranderde ik in iemand die ik nu niet meer kan zijn. Ik mis die man. In een vuurzee veranderde ik in een parelvisser."

Ik pak een krant uit mijn laptoptas en een aansteker uit mijn binnenzak. Dan steek ik de krant in de fik en schuif hem in een stadsprullenbak. De man trekt een blikje bier open, loopt naar de prullenbak toe en redt voor de zoveelste keer de stad.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden