Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik had mijn eigen rode potlood meegenomen

PlusMaarten Moll

Ik moest ergens anders heen.

Het verzorgingstehuis hiertegenover was een zogenoemd Bijzonder stembureau. Alleen voor inmates.

In het stembureau verderop kreeg ik een stemformulier en een klein rood potlood.

Dat deed me heel erg denken aan Ikea, waar je van die kleine potloden uit bakjes kunt pakken om je bestellingen te noteren.

Met het kinderspeelgoed liep ik naar het stemhokje.

Waar dan ook niet de vertrouwde dikke potloden aan de ketting lagen. Vast iets typisch Nederlands, die onvrije potloden. Tot slaaf van de kiezer gemaakte potloden, zou je ook kunnen zeggen. Zullen we ooit teruggaan naar potloden aan kettingen? (Gratis punt voor toekomstige verkiezingsprogramma’s.)

Ik dwaal af.

Ik was voorbereid op weg gegaan, en had mijn eigen rode potlood meegenomen. Zo’n lange, dikke, zeskantige. Van de Hema. Met zo’n vette punt, die een licht smakkend geluid maakt als je hem van het papier haalt.

Ik vouwde de wegenkaart open. Heel even dwaalde mijn potlood naar Lijst 11, de Staatkundig Gereformeerde Partij.

Ik zocht mijn oude buurjongen. Henkie Bulten.

Met Henkie mochten we niet voetballen op zondag. Drie keer maakte hij die dag de gang naar de kerk.

Ik heb hem tijdens een ruzie een keer uitgescholden voor ‘godverdomse christelijke klootzak’. (Hij had mijn bal lekgeschoten in het prikkeldraad.) Mijn broertje, die meer met hem speelde dan ik, vertelde het tegen onze vader, waarna ik een mag ik wel zeggen spectaculair pak op de broek kreeg.

En ik moest 15 keer de Tien Geboden overschrijven (Exodus, hoofdstuk 20).

Terwijl wij thuis atheïsten waren. En waarom 15 keer?

Nou ja. Ik voel het nog, af en toe. Ook in het stemhokje, en mijn hand ging toch even naar mijn achterwerk. (En het waren er ook meer dan tien, trouwens, van die geboden.)

Henkie, Henk inmiddels, vond ik terug op nummer 31 op de lijst van de SGP.

Ik stuurde mijn potlood een stuk naar links, een andere weg in, en maakte het vakje van mijn keuze zo rood als ik maar kon.

Ik borg het potlood op in mijn binnenzak, liet mijn stem in de melkbus glijden, en legde het kleine rode potlood in een mandje op de tafel waarachter een mevrouw op een formulier een streepje zette. (Voor het aantal uitgebrachte stemmen of voor de teruggebrachte potloodjes?)

In het mandje lagen al heel veel andere rode potloodjes gezellig tegen elkaar aan.

Wat zouden ze met al die rode potloodjes gaan doen, dacht ik toen ik weer buiten stond.

Desinfecteren en naar kleuterscholen brengen? Weggooien? In de doos ‘Volgende verkiezingen’ stoppen (doos opbergen in de bezemkast en voor altijd vergeten)? Kreeg iedere stembureaumedewerker aan het einde van de dag een zakje rode potloodjes mee naar huis?

Ik liep terug naar huis. De rest van de dag heb ik niet meer aan rode potloden gedacht.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden