null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Ik had grote moeite met de manier waarop Dion Graus over Joyce sprak

PlusTinkebell

Rond 2010 was onze eerste ontmoeting. In een televisiestudio waar we beiden te gast waren. En we hielden contact daarna, Dion Graus en ik. Hij werkte mee aan een film die ik maakte en ik bezocht hem met enige regelmaat op de PVV-fractie. Een foto van ons hing boven zijn bureau.

Zijn vrouw en tevens assistent, Joyce, was er ook altijd. Ze haalde soms Limburgse vlaai en stuurde me na zo’n afspraak per Whatsapp vaak linkjes of informatie over onderwerpen die we hadden besproken. Natuurlijk, Dion en ik waren het inhoudelijk zelden met elkaar eens. Maar voor mij was het interessant om een ingang bij de PVV te hebben. En we ‘agreed to disagree’.

Waar ik wel grote moeite mee had, was de manier waarop Dion over, of pardon: namens (!) Joyce sprak. Hij zei dan dingen als ‘Joyce heeft niet zo’n honger’ of ‘Joyce gaat vanavond boksen en daar heeft ze heel veel zin in’, terwijl ze gewoon naast hem zat. Omdat ik niet gediend ben van een omgangsvorm waarin een man doet alsof een vrouw niet voor zichzelf kan spreken, keek ik Joyce dan altijd strak in de ogen en stelde mijn vervolgvraag expliciet aan haar. Daarop volgde dan steevast een schuchtere lach en een Dion die daar dan gauw weer overheen denderde.

In al die jaren lukte het me nooit te achterhalen waar ik nu getuige van was, in dit ongemakkelijke schouwspel tussen die twee. Tot zich drie jaar geleden een onverwachte situatie voordeed. Dion werd, tijdens mijn bezoek, weggeroepen voor een hoofdelijke stemming. Joyce en ik bleven achter op de balustrade.

“Gaat het eigenlijk wel goed tussen jullie?” vroeg ik haar. “Ben je wel oké?” Ze keek me geschrokken aan. “Ja,” zei ik, “ik heb natuurlijk ook gelezen dat zijn exen aangifte tegen hem hebben gedaan. En dat de laatste aangifte onterecht door justitie is afgewezen. Er bleek toch voldoende bewijs van mishandeling.”

Joyce verbleekte en zei: “Ik ben elke ochtend als ik naast Dion wakker word de gelukkigste vrouw van de wereld.”

Haar antwoord leek een ingestudeerde volzin. Maar wat kon ik verder doen?

Tot ik een jaar later in de krant las dat ze aangifte had gedaan. Ik belde haar: veertien jaar gedwongen seks. Veel erger dan ik kon vermoeden.

Maar zoals het gaat in zedenzaken: slechts een enkele verkrachter wordt veroordeeld. Het probleem is altijd dat je als slachtoffer moet bewijzen dat jij niet wilde. Een praktische onmogelijkheid als spelregel. Zo worden de ergste gruwels zelden bestraft.

Maar sterke, dappere Joyce zet door. Zo viel te lezen in NRCdit weekend. Honderden belastende documenten liggen inmiddels bij de Rijksrecherche.

Ik wens Joyce de allerbeste advocaat en een rechtvaardige uitkomst.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden