Plus Column

Ik had gezegd dat ze niet zouden komen

Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Ga maar liggen. Sluit je ogen. Mooi zo. Alles is oké. Ik let op jou. We blijven samen op de bank. Hé, kijk. Je slaapt al. Da's snel. Het is goed.

Ach, jochie. Waarom was je opeens zo bang? Door een gordijn dat iets te enthousiast wapperde? Een knetterende motor buiten? Ciske de Kat wellicht, die onverwacht haar klauwtjes in je kleine teen zette. Was het een huis-tuin-en-keukenangst waardoor je plotseling rillend voor me stond in de woonkamer, je beentjes bleek en bloot in de vale maan? Ik hoop het zo. En niet dat het de tv-beelden zijn waar ik naar staar, het geluid snel weggedraaid.

Je ligt zo fijn, hier op mijn schoot. Met Woeffie. En Apie. En Knufje in je knuisten. Achter je oogleden is het stil.

En ik staar in het donker, denkend aan wat ik je ­eerder heb verteld. Ik heb gezegd dat ze niet zouden komen. Net als twee maanden geleden. Je droomde van boeven die de deur forceerden. En dat ze dan in je kamertje zouden staan en ons kwaad wilden doen. "Joh," suste ik. "Wij wonen driehoog. Natuurlijk komen hier geen dieven."

Een week later klonk 's nachts een enorme knal. De deur van de winkel onder ons was ingetrapt, je vader sprong in onderbroek uit bed en rende de inbrekers achterna. Tevergeefs. Er kwam politie. Sporenonderzoek. Gedoe. Jij keek mij scheef aan. Ik had gezegd dat ze niet zouden komen.

Waarom zei ik dat eigenlijk? Omdat ik niet wilde dat je ging slapen met onnodige angst in je lijf. Maar het kwaad dringt af en toe binnen als een ongenode gast op een feestje om de slingers van het plafond te rukken.

Ik had gezegd dat ze niet zouden komen. Misschien als bezwering, meer tegen mezelf dan tegen jou. Of omdat ik geloof dat bang leven geen leven is, zeker niet voor kinderen. Als wij ouders jullie niet geruststellen, wie doen het dan?

Ik staar naar het scherm. Het dodental flikkert door het beeld. "Mama? Komen er hier ook aanslagen?" Ik had gezegd dat ze niet zouden komen. De mannen die schieten in een tram. Een terroristische aanslag? Een op hol geslagen eenling? Het doet er niet toe. Ik had gezegd dat ze niet zouden komen. Niet hier. Wat is de kans op verderf? En moet jij daarvan weten?

Ja, dat moet je. Morgenochtend zie je ongetwijfeld het Jeugdjournaal. Je zal me weer scheef aankijken. Terecht. Maar nu nog even niet. Je schrikt wakker en fluistert: "Snoepjesland." Ik glimlach en begin te praten. Over lantaarnpalen gemaakt van zuurstok. Wolken die suikerspinnen zijn. Een gracht vol paarse limonade.

We vervangen mijn leugen door jouw fantasie. Zo sussen we ons in slaap. Voor even. Morgen zijn we wakker en vertel ik je hoe het echt zit. Maar nu aai ik je haar. Je ligt op mijn schoot. Met Woeffie. En Apie. En Knufje in je knuisten. We schommelen het donker in. Op onze bank van drop.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden