Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik had eerlijk gezegd opstandige jeugd verwacht

PlusMaarten Moll

De bankjes stonden er werkeloos bij.

Het zijn de twee bankjes voor het bruggetje over de Oosterringvaart.

Ik geloof niet dat ik de afgelopen jaren bankjes heb gezien die meer gebruikt worden.

Vaak zie je bankjes op onmogelijke plekken. Schijnbaar lukraak neergekwakt. Soms ook met de rug naar het uitzicht geplant, lekker naar het voorbijrazende verkeer kijken.

Zat er vast nog geld in het bankenpotje van de een of andere afdeling op het stadsdeelkantoor.

(Hoofd Bankjes: “Henk! We hebben nog geld voor drie bankjes. Weet jij nog een plek?”)

Maar deze twee bankjes staan op de goede plek. Met uitzicht op het water. Zwanen en eendjes erbij. Krijsende reigers die overvliegen. Een enkele keer een zwemmende rat.

De bankjes worden door een zeer gemêleerd publiek gebruikt.

Gemeentewerkers eten er boterhammen en drinken energiedrankjes.

Joggers strekken en rekken op de bankjes.

Jongeren kijken filmpjes.

Eén keer een schilder.

Mannen in pakken met attachékoffers. Eentje legde een keer eerst een krant op het hout voor hij ging zitten. (Als ik zulke mannen zie, moet ik altijd meteen aan witwassen denken.)

Oudere echtparen laten, hand in hand, hun gedachten over het water zweven.

Laat op de avond eenzame blowers.

Zaterdagavond slenterde ik na tienen ’s avonds langs de bankjes. Met de aangelijnde Bep naast me. Niemand op de bankjes, dus.

Ik had eerlijk gezegd verwacht dat opstandige jeugd op deze eerste avondklokavond zich hier zou verzamelen, alle coronamaatregelen beu. Wellicht met vervalste verklaringen. Flessen drank.

Zoals ik de afgelopen weken vaak groepen had gezien die vrolijk op de bankjes bijeen zaten. En die de wat norsig kijkende man die daar natuurlijk weer van alles van vond, vriendelijk groetten. Daarbij zijn hond aaiend. Een jongen die hem zelfs een keer een joint voorhield.

Toen het gevroren had: “Er ligt al ijs, meneer! Maar u kunt er nog niet op, hoor!”

Maar nu. De jeugd schitterde door afwezigheid.

Geen ongeregeldheden hier. Of onlusten.

Misschien waren ze elders aan het feesten. Ik miste ze.

Ik liep verder, werd op het bruggetje bijna overhoop gereden door een man op een brommer. Hij gebaarde heftig.

Op de fietsbrug Radioweg over de A10 bleef ik een tijdje staan.

Af en toe een paar auto’s.

Op de terugweg – het was zo stil dat ik Bep kon horen plassen - liep ik langs de lege bankjes.

Keerde weer om en ging op het dichtstbijzijnde bankje zitten. Had ik nooit eerder gedaan.

Ik keek uit over het water.

Dacht van alles. Vooral aan post-coronadingen. Dat ik hier op dit bankje graag plaats wilde maken voor de jeugd.

Ging hoopvol weer op huis aan.

Een politieauto reed rustig door de verlaten straat.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden