null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik had de krantenjongen al twee jaar niks gegeven

PlusMaarten Moll

De envelop met bankbiljetten ligt al drie weken klaar.

Boven op de radio op de keukentafel.

‘Krantenjongen,’ staat op een post-it die ik erop heb geplakt. Ook al is het een volwassen vent die hier de krant rondbrengt.

Elke dag aan het einde van de middag zet ik de muziek zachter om vooral de bel te kunnen horen.

Vorig jaar rond kerst vroeg ik me al af waarom hij niet aanbelde om me een fijne kerst en een gelukkig nieuwjaar te wensen. Het fijnste rondje van de krantenbezorger.

Tot ik in de eerste week van januari de krant uit de bus pakte, en zag dat er iets op stond geschreven.

2 years nothing!!!!!!!

Met balpen. Vette letters.

Had ik hem dus al twee jaar niets gegeven. Ik begreep de uitroeptekens.

Een paar dagen later zag ik hem bij de voordeur, toen ik terugkwam van de supermarkt.

Wait!” zei ik tegen hem, en ik snelde naar boven.

Nergens baar geld. Ook niet in het reservepotje, dat oude, oranje blikje van Driessen Cacao. Op 2,35 euro aan kleingeld na.

Hem iets geven uit mijn kerstpakket? Ik durfde niet meer naar beneden.

Ging toch. Of hij de volgende dag even aan wilde bellen.

Dat had hij al heel vaak gedaan. Al twee jaar lang.

Hij fietste weg met een treurig gezicht. Geloof had hij op dit adres al lang van zich afgeworpen.

Ik wist van de haperende bel, maar ik schaamde me dood.

Want ik wist ook van de mensen die aan het einde van het jaar bewust niet reageerden op de bel.

Ik was zelf krantenjongen geweest.

“Sorry, ik heb nu geen geld in huis.” En als je de volgende dag weer aanbelde, werden ze kwaad.

Die vrek in de Wilhelminastraat. Die al zeurde als er een scheurtje in de voorpagina zat als je de krant in een voorjaarsstorm had bezorgd.

Ik had aangebeld, hem een fijne kerst en een goed nieuwjaar gewenst. Hem het voorgedrukte kaartje, waar hetzelfde opstond, in de hand gedrukt.

“Wacht maar even,” zei hij, nadat hij het kaartje zeker een minuut grondig had bestudeerd.

Hij bleef lang weg en kwam toen met een glimlach op zijn gezicht weer naar de voordeur gewandeld, een hand achter zijn rug.

“Alsjeblieft,” zei hij en hij stak zijn hand uit.

Daarop lag een sinaasappel.

“En zou je de krant in het vervolg een half uurtje eerder kunnen bezorgen? Ik heb er al over gebeld.”

Deur dicht.

Eerst je nederig opstellen, dan een sinaasappel.

Die heb ik om de hoek woedend in de tuin van de pastorie gesmeten. (Alleen in mijn hoofd, bang om mijn baantje te verliezen, nam ik vreselijk wraak. Met hondendrollen.)

De bel is al uitentreuren getest.

Ik controleer nog eens de inhoud van de envelop.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden