Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Ik had bij het vast­leggen van de afspraken over zakgeld niets vermeld over huisdieren

PlusFemke van der Laan

De middelste staat op de hoek van de straat. Voor de dierenwinkel. Als ze me ziet fietsen, aan de overkant, schiet haar hand de lucht in: hier is het. Ik steek over, zet mijn fiets op slot en loop naar haar toe. Ze grijnst. Een bekende grijns. Dezelfde grijns als aan het begin van de week toen ze aan me vroeg wat ze ook alweer allemaal mocht doen met haar kleedgeld. “Alles als het maar legaal is, toch?” Ik had geknikt, niet opgelet, was met andere dingen bezig, ja, alles als het maar legaal is, en zij had haar slag geslagen: “Dan koop ik een vis.”

Ik had naar haar grijns gekeken. Ik wilde zeggen dat dat niet de bedoeling was, een vis, maar tegelijkertijd voelde het ook als mijn eigen schuld. Ik had bij het vast­leggen van de afspraken over zakgeld niets vermeld over huisdieren, geen levende-haveclausule opgenomen. Die maas had ze nu gevonden, zei haar grijns.

Ik maarde een tijdje. Daarna kwamen mijn mitsen. De middelste bestelde alvast een kom.

Vandaag zou ze de vis kopen. Ik schilde aardappelen toen ze de deur uitliep, de zak was nog niet leeg toen ze belde. Om een vis te mogen kopen, moest je volwassen zijn. Of ik even wilde komen, en snel ook, want over tien minuten ging de winkel dicht. Ik stapte ondanks mezelf op de fiets.

Op de toonbank ligt een zakje. Ik zie een oranje vis. Dat is hem, fluistert de middelste. Ik fluister terug dat het dus wel illegaal is, een vis kopen. Ze luistert niet.

“Dit is Kip.”

“Kip?”

“Ja, zo noem ik ‘m.”

“Kip.”

Ik wil nog een keer zeggen dat het illegaal is, in strijd met het eerste en enige artikel van het kleedgeldverdrag, maar ik wijs naar de bak met plantjes die aan het einde van de toonbank staat. “Die heb je ook nodig.”

Buiten duwt de middelste het zakje in mijn handen en vraagt of ik hem alvast mee kan nemen. Zij heeft nog dingen te doen. Even later fiets ik terug naar huis met in mijn hand een zakje met een vis. Ik vloek zachtjes voor me uit.

Bij het verkeerslicht kijkt een vrouw naar mijn hand. “Ah, een vis,” zegt ze. Ze klinkt bijna ontroerd. Of niet eens bijna. Ik kijk ook naar mijn hand. Naar het zakje. Het is Kip, wil ik nog zeggen, maar de vrouw steekt al over. Daarna mag ik verder fietsen.

Als ik thuiskom, leg ik het zakje op het aanrecht. Vanachter het plastic kijkt Kip toe hoe ik de laatste aardappelen schil.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden