Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Ik haat bellen, het is dan net alsof ik voor een ‘glory hole’ sta

PlusErik Jan Harmens

Om te voorkomen dat ik meer tijd besteed aan bedenken wat ik allemaal moet doen dan aan het doen zelf, maak ik lijstjes. Mijn to-dolijst past, in de juiste lettergrootte, precies op een A4.

Als een taak is volbracht, streep ik ’m door en voel ik me lichter. Nadeel is dat er altijd ook weer nieuwe taken bijkomen, zoals op elke was die je doet een nieuwe volgt. Zo moet ik niet denken en dat is weer een nieuwe taak voor op de lijst: niet zo denken.

Op mijn to-dolijst staat ook dat ik niet moet vergeten iemand met z’n verjaardag te feliciteren. Mensen maken daar altijd een enorme heisa van, zeker als je het vergeet. Mijn voorstel is dat we één dag in het jaar kiezen waarop iedereen tegelijk jarig is, bijvoorbeeld 6 mei. Dat is inderdaad de datum van vandaag. Leg deze column weg, werp kushandjes naar wie maar bij je in de buurt is en zing ‘lang zullen we leven, hoera, hoera, hoera en tot volgend jaar’.

Ik heb ook een lijst met ideeën voor de roman waaraan ik werk. Die ideeën ontstaan vaak als ik de hond uitlaat of als ik in bed lig of in bad zit. Ik noteer ze als notitie op mijn telefoon of spreek ze in op de voicerecorder. Feit is dat ik bijna nooit iets doe met de ideeën. Soms is dat omdat wat ik inspreek tijdens een wandeling onverstaanbaar is door de wind die er doorheen tettert. Vaak ook blijken de ideeën lang niet zo geniaal als ze leken toen ik ze vastlegde. In de polder, in bed of in bad ligt de lat blijkbaar lager dan aan de schrijftafel.

Er is ook nog een lijst waarop ik de namen schrijf van mensen die ik verwaarloos. Die moet ik bellen, maar ik haat bellen. Het is alsof ik voor een glory hole sta. Voor wie dat zogenaamd niet weet: dat is een gat in een wand waar lichaamsdelen doorheen worden gestoken om seks mee te hebben. Ik kan er niets mee, omdat ik de rest van het lichaam nodig heb om iets te kunnen voelen.

Dat geldt ook voor bellen: ik mis de gelaatsuitdrukkingen, het optrekken van een wenkbrauw of een glimlach rond de mond. Die signalen heb ik nodig om wat iemand zegt op waarde te kunnen schatten. Noemt iemand iets ‘echt een superidee’, dan kan dat gemeend zijn of een uiting van sarcasme. Zonder gezicht erbij tast ik in het duister en daarom haat ik bellen.

Dan ga je toch videobellen, zou je zeggen, maar had ik al gezegd hoe druk ik ben? Videobellen past niet meer op mijn to-dolijst.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden