Roos Schlikker Beeld Oof Verschuren

Ik gun ze Merol én Kees de jongen

Plus Column

Mijn zoon heeft op een sportclub een jongetje ontmoet en smeekt me na de les of hij bij ons mag spelen. "Natuurlijk," roep ik. Even later rijden we door het lenteweer, het vriendje kijkt grootogig om zich heen. Ach gos. Dat zou ik ook doen als ik plots op de fiets bij een wildvreemde moeder zat.

Het knaapje is ruim een jaar jonger dan mijn kind en bezorgd betwijfel ik of hij wel toe is aan een potje Yahtzee straks. Misschien speelt hij nog met Duplo? Na een tijdje haalt een DHL-busje ons in. Het ventje wijst. "Jahaa, dat is een bezorgmeneer," zeg ik liefjes. Dan trekt het wurm zijn mond open en schreeuwt: "Dikke harige lul! Dikke harige lul!"

Daar zit je dan als brave moeder. Gelukkig begrijpt mijn zoon het afkortingsgrapje niet, maar dat kan niet lang meer duren. Grove taal wordt mijn kinderen op de meest onverwachte momenten in het gezicht gesmeten.

Ik ben weliswaar niet van de antivloekbrigade en ik heb het altijd potsierlijk gevonden als ouders in het bijzijn van hun kroost nadrukkelijk het woord shit vervangen door chips. Maar van zesjarigen die 'Dikke harige lul' roepen, kijk ik best vreemd op.

Ik ben neerlandica nota bene, een bedreigde diersoort nu de studie Nederlands schijnt te verdwijnen. Dat doet zeer. Lodeizens 'Spinnenwebben van moeheid dragen over grandioze zeeën zijn ellendig hart', De tandeloze tijd van A.F.Th, een prachtwoord als oogwenk. Taal kan wondermooi zijn en het bestuderen waard.

Dat vertel ik mijn kinderen dan ook graag. Maar als ik in de auto een Nederlandstalig Spotifylijstje opzet, schalt voor ik het weet Merol door de ruimte: 'Hou je bek en bef me!'

Vrouwen die hun seksuele wensen duidelijk kenbaar maken vallen uiteraard te prijzen, maar ik heb geen zin mijn spruiten nu al de geneugten van orale seks uit te leggen.

Soms wordt schamper gedaan over ons taalliefhebbers. Alles van waarde is nu eenmaal weerloos, soit. En waarom zou je dikke boeken kopen als Netflix bestaat? Maar toen ik twaalf was, las ik Kees de jongen.

Het leek of Theo Thijssen zelf een arm om me heen sloeg. Ik was klein en droomde me groots. Net als Kees. Ik voelde me niet meer alleen.

Dat is wat boeken kunnen doen. Merol mag zingen wat ze wil hoor. Desnoods blèren mijn jongens argeloos mee. Maar ik gun ze ook hun Kees. En die krijgen ze alleen als wij volwassenen naast alle grofheden ook de liefde voor taal blijven bezingen.

Die avond tijdens het bedritueel klinkt gelukkig het stemmetje van mijn jongste. "Mam? Lees je nog voor?" Ik open De brief voor de koning.

'Wat is het stil, dacht Tiuri even later. Zo stil is het in mijn leven nooit geweest. Ik hoor alleen onze ademhaling, en misschien, als ik goed luister, het kloppen van mijn eigen hart.'

Ook in de slaapkamer heerst de stilte. De jongetjes luisteren ademloos.

En dan weet ik dat we nog lang niet verloren zijn. Want is het Nederlands echt dood? Dikke harige lul.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden