Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik ging terug naar de plek van de misdaad

PlusMaarten Moll

Ik ging terug naar de plek van de misdaad. (Een van die zinnen die ik altijd al heb willen schrijven.)

Het was een dag later.

Een dag na de steekpartij in die Watergraafsmeerse supermarkt waarbij een medewerker met een mes in zijn nek was gestoken. Het is een plek waar ik geregeld kom.

Het was gebeurd bij het ijs.

Het ijs. (Dan denk ik aan een van de beroemdste openingszinnen uit de wereldliteratuur. ‘Vele jaren later, staande voor het vuurpeloton, moest kolonel Aureliano Buendía denken aan die lang vervlogen middag, toen zijn vader hem meenam om kennis te maken met het ijs.’)

De vriesvakken met ijs zijn bij de kassa’s. Ik wilde niet als de eerste de beste ramptoerist direct bij ‘de plek’ gaan kijken, dus nam ik een omweg. Maar mijn karretje reed me toch al snel naar ‘waar het gebeurd was’.

Natuurlijk was er niets meer te zien van het bloed.

Er was al iets nats over het gangpad gehaald, de mop was uitgewrongen, het bloed met het water al in een putje verdwenen, opgenomen in het riool. Weg.

Niets deed meer denken aan de steekpartij. Alsof, moet je dan geloof ik zeggen, er niets was gebeurd.

Een kind rende gillend langs de vriesvakken met bevroren blauwe bessen en erwten.

Twee mensen in een smalle doorgang wilden elkaar – een droeg er geen mondkapje – niet doorlaten. Geen van beiden ging achteruit. De winkelwagentjes stonden snuit aan snuit. Zij vonden het wel best.

Nog geen 24 uur eerder: bloed, paniek, rennende mensen.

De mens is een sensatiedier, las ik ergens. Het was onmogelijk om je geen voorstelling te maken van hoe het er bij het ijs aan toe was gegaan. (Zoals je, als je langs een bepaalde straathoek in de stad rijdt, je jezelf ook weer ziet staan ruziemaken met een ex-geliefde.)

Het verhaal ging dat het slachtoffer bezig was de ijsstammetjes bij te vullen.

IJsstammetjes, dat moeten Viennetta ijstaarten zijn.

Zo’n detail maakt de al weerzinwekkende daad nog gruwelijker.

Voor de koelvitrine met de dozen Viennetta’s stond een winkelwagentje.

Ik dacht daar van alles bij.

Dat het personeel dat wagentje daar had neergezet uit piëteit, dat die deur een dag dicht zou moeten blijven. Of dat het wagentje daar misschien was neergezet om er bloemen in te leggen.

Maar er lag niets in het winkelwagentje, behalve een afgebroken blad van een bloemkool, en een in elkaar gepropte blauwe, plastic boodschappentas.

Even even later werd het wagentje door een duidelijk geïrriteerde vader meegesleurd. Hij riep hard en vaak een naam die ik niet verstond.

Er lagen niet veel dozen Viennetta’s meer in de koeling.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden