Marjolijn de Cocq. Beeld Artur Krynicki
Marjolijn de Cocq.Beeld Artur Krynicki

‘Ik ging naar broer’, vier simpele woordjes met een grote lading

PlusMarjolijn de Cocq

Ze was twee en jammerde dat ze geen ‘bloertje’ wilde –mijn ­dochter kon de r nog niet zeggen, jurkjes waren julkjes en krukjes klukjes. Maar toen hij er eenmaal was, dat bloertje, ging ze om. Ze werden een harmonieus duo, dat vijftien jaar later zelfs samen ging coronawandelen.

Hoe anders was dat met mij en mijn bloertje. Wij kunnen eigenlijk nu pas goed met elkaar, al moeten we elkaar niet te vaak zien. Het beste gaat het als we ter viering van ons beider verjaardagen met z’n tweeën afspreken in een ­restaurant. En bij familiemalheur als ziekenhuisopnamen zijn we een bewezen topteam in crisismanagement.

Maar ik herinner me nog goed de woest achteruit slaande hand van mijn vader achter het stuur om de vakantieruzie op de achterbank te beslechten. (De muur van Donald Ducks tussen ons in was niet afdoende.) Het onrecht dat ik als oudste de wijste moest zijn. (En dus de straf kreeg toen ik een bak afwaswater over hem heen had gekieperd wegens aanhoudend geëtter.)

Sibling rivalry binnen een behoorlijk goed functionerend Nederlands gezin jaren zeventig. Met als vrolijke tegenhanger dan wel weer onze vakantiemedley van Be my boogie woogie baby (Mr. Walkie Talkie)/En Adam sleug Eva met ne sükkerbiete veur de kont (Gerard Hoeben)/Yes sir, I can Boogie (Baccara).

De zus en broer in Mijn broer van de Zweedse Karin Smirnoff hebben ook een soundtrack uit het verleden – een aanmerkelijk grimmiger ­verleden dan het onze. In de roman, het bij ­Querido verschenen eerste deel van een trilogie waarmee Smirnoff in Scandinavië wordt aan­gemerkt als ‘de grootste literaire sensatie sinds Karl Ove Knausgård’, keert Jana Kippo terug naar de vervallen familieboerderij waar haar tweelingbroer zich aan het dooddrinken is.

Het voelt vreemd om hier Jana Kippo te schrijven. Want Smirnoff doet in de eigenzinnige stem die ze haar protagoniste meegeeft – een bijzondere vertaling ook van Bart Kraamer – niet aan hoofdletters, behalve als die aan het begin van de zin staan. En ook nauwelijks aan interpunctie.

‘Ik ging naar broer’, is de openingszin van de roman, vier simpele woordjes met een grote lading. Jana heeft de bus langs de kust genomen en is uitgestapt bij de ‘evier.’ Daarna loopt ze naar het dorp Smalånger. ‘Om mezelf bezig te houden zong ik everttaube. Onze ouders hielden van everttaube en daarna stierven ze.’

Evert Taube (1890-1976) was een Zweedse ­liedzanger. Broer stinkt naar verdriet en zweet. In haar dromen weet jana dat er iets is wat ze moet onthouden maar ze kan zich niet herinneren wat. Een peilloze afgrond, het verhaal van ‘dezevrouw’ en haar broer.

Wat ben ik blij met de Boogie baby-mijne.

Marjolijn de Cocq schrijft elke week een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden