Femke van der Laan. Beeld Artur Krynicki
Femke van der Laan.Beeld Artur Krynicki

Ik ga slecht om met niet-weten, altijd al gedaan

PlusFemke van der Laan

We zitten op een bankje, de oudste, de middelste en ik. Het zou een avondwandeling worden, richting de rivier, of een andere kant op, naar het midden, of naar links, of naar het park, het verre, kon ook, of gewoon maar zien, maar we zijn op het eerste bankje op het eerste pleintje gestrand. Er was iets met een veter, er was een ‘O, wacht heel even’ en daarna zijn we niet meer opgestaan, we zijn blijven zitten en kijken nu hoe de stad langs ons wandelt, fietst, rijdt soms, om het plein heen, mensen die uit de richting van de rivier komen, of uit het midden, van links, van het verre park.

Ze praten, de oudste en de middelste. Met elkaar en tegen mij. Ik luister. Het gaat over wat er weer mag binnenkort, wat er niet mag, wat er later misschien mag. Af en toe komt er een vraag mijn kant op, wat ik denk, over wat er weer mag binnenkort, wat er niet mag, wat er later misschien mag. Ooit wellicht. Ze zijn het al die tijd blijven vragen – wat denk jij? – ondanks mijn antwoord dat ik het ook niet wist, ondanks dat ik niet verder kwam dan die ‘ooit wellicht’. Het gaat ook niet om mijn antwoorden. Het gaat erom dat ik laat zien hoe je omgaat met het niet-weten. Goed. Dat je er goed mee omgaat. Kijk naar mij, ik weet het ook niet, maar het deert me niet, ik ga er goed mee om, niets aan de hand, alles komt in orde, alles ís in orde, zie je wel?

Ik ga slecht om met niet-weten, altijd al gedaan.

Ik kijk naar de vuilnisbak, verderop op het plein. Er steekt een bos bloemen uit, de onderkant van een bos bloemen, de stelen. Ik wil ze erop wijzen, de oudste en de middelste, op de omgekeerde bos, ze vertellen over de ruzie die ik erbij zie: ‘Ik hoef je bloemen niet!’, maar de oudste vraagt of ik denk dat ze nog mag werken voor de zomer.

“Ik weet het niet.”

Dan wil ik ze vertellen over het gesprek dat ik opving, een tijdje terug, in het voorbijgaan. Een man die aan een andere man vroeg of de hoeren alweer open waren, “Zijn de hoeren alweer open?” Ik wil ze vertellen over de onrust die ik hoorde in die stem, de onrust van het niet-weten, en dat ik dat begreep, ergens, maar ik wil ze mijn onrust besparen.

“Het komt vast goed.”

Ze praten verder. Met elkaar en tegen mij. Ik luister.

Femke van der Laan is journalist. Wekelijks schrijft ze een column voor Het Parool. Lees al haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden