Ik doe alles wat pastoor Van Dissel zegt. Maar toch

PlusTheodor Holman

Maskers, hydroxychloroquine, anderhalve meter – de verwarring hierover wordt niet minder. Ik ben gezags­getrouw en doe alles wat pastoor Van Dissel van het RIVM zegt, om de eenvoudige reden dat mijn kritisch vermogen beperkt is. Ouderdom heeft grote delen weggeslagen van mijn intelligentie en daar woonde al weinig kennis over virusbestrijding.

Toch ervaar ik een tegenstrijdigheid.

Ofschoon ik precies doe wat de overheid mij opdraagt, wil ik toch mijn eigen gang kunnen gaan. Dus als iemand geen masker wil dragen in de trein, dan gaat hij zijn gang maar. Hij mag dan niet in mijn buurt komen, en ik zal alles doen uit zijn buurt te blijven. Maar er komt een moment dat we elkaar niet kunnen mijden. Wie moet er dan wijken? De maskerloze natuurlijk. Maar waarom eigenlijk? Wat nu als hij (of zij, zeg ik er maar even bij) zou zeggen: “Sorry, iedereen is hier vrij, dus wijk jij maar. Ik wijk niet! Ik ga gezellig dicht naast je zitten!”

In het werkelijke leven zou ik onmiddellijk een andere tram, trein, coupé nemen, maar in het theoretische leven denk ik ook. De enige reden die ik kan bedenken waarom hij moet wijken is niet ‘het mag niet!’ (want dat staat nergens), maar is innerlijk fatsoen. Daarin zit verantwoordelijkheid voor elkaar.

Maar ik weet dat fatsoen – ik vind het trouwens een vervelend woord om te gebruiken, en misschien behoor ik wel tot een der laatsten die het in zijn mond zou moeten nemen – niet eerlijk over de mensen is verdeeld. Het is het goud der armen in handen van proleten. Ik bedoel: proleten schreeuwen altijd dat je fatsoenlijk moet zijn, terwijl de ander het dan meestal al is.

Neig ik dan toch naar een overheid die fatsoen oplegt?

Ja, maar ik ervaar dat als verraad aan mezelf.

Als je de overheid meer macht geeft, zeg je: “Sorry medemens maar u bent niet in staat tot fatsoenlijk gedrag, u bent zelfs onverantwoordelijk en dat lossen wij voor u op.”

Elke wet bevat een verkapte beschuldiging ( ‘u houdt niet rechts, daarom verordonneren wij dat het moet’), en je hoopt dat de wetten olie in de machine van het menselijk contact zijn. Maar soms verzuipt de motor. Te veel wetten vreten vrijheid.

Vanaf de jaren zeventig merk ik een beknotting van vrijheden. Dat is blijkbaar onze eigen schuld. Ik heb vrijheid overschat. Vrijheid blijkt te moeilijk.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden