Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Ik denk vaak aan beide Theo’s

Plus

Ik was uitgenodigd om in de Ridderzaal, in aanwezigheid van Zijne Koninklijke Hoogheid Koning Willem-Alexander en Hare Koninklijke Hoogheid Koningin Máxima in het kader van ‘100 jaar algemeen kiesrecht’ in één minuut iets te vertellen over een moment waarop voor mij de democratie een dreun te verwerken kreeg. Dat was voor mij de moord op Theo van Gogh.

Ik kan er niets aan doen, maar ik moest denken aan mijn vader.

Wat zou hij, de meest koningsgezinde man van Nederland en Indië, vereerd zijn geweest als hij eens iets had mogen doen voor zijn vorst. En nu viel mij, de republikein van de familie, die eer te beurt.

Na afloop was er een borrel en ik kon de verleiding niet weerstaan om even te kijken.

Maar opeens overviel me ongemak.

Nee, ik moest niet rond­hangen bij de politici (ze waren er allemaal), nee, ik moest daar niet gezellig mee praten, nee, ik moest de koning en de koningin geen hand geven. Ik verbleef vijf minuten op die receptie. Sprak met twee politici en besloot dat ik weg moest, want ik vond ze te aardig, te vriendelijk en ik vond het heerlijk om complimentjes in ontvangst nemen.

Fout, Holman!

Bah!

Kritiek verschraalt bij de illusie van genegenheid voor de macht.

Dus ik vertrok. Het was trouwens een mooie viering.

Hier mijn tekst.

“Ik werd gebeld.

Ze vertelden me dat hij was vermoord, om wat hij zei, om wat hij schreef, om wat hij dacht.

Iemand had de woorden uit zijn keel gesneden en op zijn buik een oorlogsverklaring geprikt. En zijn hart, dat voor iedereen klopte, was in dat gigantische, zachtmoedige lijf dus ook het zwijgen opgelegd.

Het was een tragische, maar helaas geslaagde aanval op de woorden die vrij moeten ­zweven; een aanval op de menin­gen waarop we ons oordeel kunnen vormen en dus een aanval op onze democratie.

Een paar kilometer verderop was zijn oom, een andere Theo van Gogh, om precies dezelfde redenen zestig jaar eerder ge­liquideerd door de Duitsers.

Twee monumenten in Amsterdam herinneren aan deze twee Theo’s: een Schreeuw, en een Stoel.

De Schreeuw zegt mij dat ook de onmachtigste gehoord moet worden. De Stoel dat we zelfs over het onredelijkste met elkaar moeten kunnen praten.

Ik denk vaak aan beide Theo’s – vooral aan de redenen waarom zij deden wat zij ­deden.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden