Plus Column

Ik denk dat ik er nog wel eens terugkom, in Venlo

Yasmina Aboutaleb Beeld Agata Nowicka

In het Vondelpark zat ik een tijd terug nietsvermoedend op een bankje naast een Venlonaar. We raakten aan de praat, over monumentendag, architectuur en vooral: Venlo.

Hij vergeleek zijn woonplaats met Amsterdam. Venlo kwam er niet goed vanaf: "Villa Lebbink - nu weet ik het weer. In Venlo hebben ze ook een paar van die mooie villa's, maar verder is er niks. In de oorlog is alles platgebombardeerd en daarna hebben ze hun best niet meer gedaan. Als ik het geld had, was ik hier gaan wonen. Veel levendiger. Venlo is vergrijsd. En die ouderen zeuren. Ze hebben pijntjes, vinden niks goed, klagen over het weer. Ik word daar zó moe van."

"Ben je weleens in Venlo geweest?" vroeg hij toen.

"Nee," antwoordde ik, en ik nam me voor er nooit naartoe te gaan.

Dit schreef ik in mijn column in Het Parool. Prima stukje, al zeg ik het zelf, maar daar dachten ze in Venlo anders over. Voor ik het wist was er #ophef op Twitter. Venlonaren begonnen de actie #yasminanaarvenlo en de lokale omroep nodigde me uit. En een columnist van dagblad De Limburger wijdde er gretig een stukje aan.

Bij Nedinscoplein, de Venlose versie van De Wereld Draait Door, roerde de burgemeester zich. Hij geloofde niks van de column. "Venlonaren zijn enorm chauvinistisch, die praten alleen positief over hun stad [...] Dus dat is een beetje uit de duim gezogen door die mevrouw."

Afgelopen vrijdag zat ik zelf in de uitzending. Jawel, ik was in Venlo. Ik logeerde in het Sta­tionshotel - het enige beschikbare hotel, omdat het dat weekend stikte van de Duitsers, tevens het slechtste hotel waar ik ooit kwam.

Die hondenknuffel die bij de deur lag, in een hondenmand en met echte brokjes, kon ik nog wel waarderen, maar de muffe kamer, de badkamer met voetbalkleedkamerdouche en het kartonnen brood en de plastic kaas bij het ontbijt niet zo.

Gelukkig was er troosteten; een heerlijk frietei (een kroket in de vorm van een tennisbal met daarin een gekookt ei en kerrieragout) in Automatiek Piccadilly. Een snackbar waar alles vooroorlogs is: de eigenaren, de kassa, het interieur en de gastvrijheid. En iedereen was verschrikkelijk aardig.

De burgemeester bleek ook best aardig, en ­bovendien chauvinistisch. Hij en zijn vrouw ­namen mij mee op een rondleiding door de stad. Toen we in het stadhuis waren, zei hij: "Het is hier natuurlijk allemaal wel wat ouder dan in de Randstad." De tour eindigde in de enige boekhandel van de stad, waar hij mijn boek kocht.

Ik denk dat ik er nog wel eens terugkom, in Venlo.

Yasmina Aboutaleb (1986) rapporteert op dinsdag en donderdag voor Het Parool vanuit de stad. Lees al haar columns terug in het archief. Reageren? yasmina@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden