Beeld Artur Krynicki

Ik denk dat Bob Ross een betere voetschilder zou zijn geweest

PlusNico Dijkshoorn

De televisielampenkappenschilder Bob Ross is dood en nu lees ik op sociale media allemaal berichten van emotionele veertigers die ooit in slaap vielen met een halve bitterbal in hun mond, terwijl ze naar Bob keken.

Het schijnt voor veel volwassenen een emotionele herinnering te zijn. Ach ja, de tijd dat ze nog geen kinderen hadden en naakt wakker werden voor het aanrecht. Bob Ross lijkt onlosmakelijk verbonden met die romantiek.

Nooit gaat het over zijn techniek, over zijn geschilderde watermolentjes naast een boom, nee altijd moet je lange verhalen aanhoren over een nacht in 1992, toen ze stoned thuis kwamen, met shoarma in hun haar. Die verhalen eindigen altijd met dezelfde zin: ‘En dan nog even lekker de frituurpan aan en naar Bob Ross kijken.’

Ik schat dat er, alleen al in Amsterdam, minimaal 15.000 mensen wakker zijn geworden in een brandend huis, naar de televisie keken en daar Bob Ross een ‘happy accident’ zagen schilderen. Daar gaat het ook steeds over, de happy accidents van Bob Ross. Je zou het ironisch kunnen noemen dat er zo veel happy accidents naar Bob Ross keken. Mannen die ooit naast een ongebruikt condoom werden verwekt.

Ik zelf denk dat Bob Ross een betere voetschilder zou zijn geweest. Waarom het is, weet ik niet, maar mensen die met hun voeten schilderen maken nooit iets abstracts. Ik koop elk jaar een pakketje kerstkaarten, geschilderd door mond- en voetschilders en ze blijken alleen maar chrysanten te kunnen schilderen.

Daarom is het goed dat er nu in een heel andere sector moeite wordt gedaan om kunstenaars, die steeds maar hetzelfde doen, een andere kant op te sturen. Zanger Gordon, bekend om zijn horloges, heeft een kinderboek geschreven. Dat lijkt zo op het eerste gezicht hetzelfde als aan een mijnwerker vragen of hij een leuke schoen wil ontwerpen, maar als je er goed over nadenkt, is het verfrissend.

Natuurlijk is het raar dat er honderden fantastische kinderboekenschrijvers in Nederland worden genegeerd en dat ze een boek over Sinterklaas laten tikken door iemand die twaalf keer per maand vanuit Zuid-Afrika meldt dat hij zo ongelukkig is, maar je kunt ook zeggen: het had Erica Terpstra kunnen zijn.

Dan zou Sinterklaas opeens een Olympische sporter zijn geweest en had het boek Een kanjer van een Klaas geheten. Dan liever Gordon. Ze hadden het natuurlijk ook aan Anne Vegter kunnen vragen, die ooit het kinderboek Verse Bekken schreef en daarmee het leven van mijn kinderen veranderde, maar Sinterklaas en de verloren cocaïne is wel veel meer van nu.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden