Patrick MeershoekBeeld Artur Krynicki

Ik declareerde zo weinig dat ik collega’s in een kwaad daglicht dreigde te stellen

PlusPatrick Meershoek

De digitalisering heeft de journalistiek sneller gemaakt, goedkoper en waarschijnlijk ook beter, maar ze heeft ook de ondergang ingeleid van een van de oude keukengeheimen van het vak: de fors opgepompte declaratie van de maandelijkse onkosten. Het was een administratieve bezigheid die op veel redacties was verheven tot kunstvorm, een creatieve uiting met een voorgedrukt formulier en een flinke stapel losse bonnetjes als basismateriaal.

Dat vereiste een zekere vaardigheid. Ik was zelf net een paar maanden in vaste dienst, toen ik apart werd genomen door een oudere collega die mij aansprak op de hoogte van mijn eerste declaraties. Ik vreesde voor een onterechte uitgave, maar het omgekeerde bleek het geval: ik declareerde zo weinig dat ik de collega’s in een kwaad daglicht dreigde te stellen. Het dringende advies was alle schroom te laten varen en het gaspedaal diep in te drukken.

Solidariteit staat bij mij hoog in het vaandel en vanaf dat moment verzamelde ik voldoende bonnen om tegen het einde van de maand een declaratie in te kunnen leveren met het gewicht van een novelle. De vergelijking met de literatuur is op zijn plaats: ook voor de opgetuigde declaratie geldt dat er net voldoende feiten aanwezig moeten zijn om de fictie aanvaardbaar te maken.

Dat laatste was aan de adjunct-hoofdredacteur die de ondankbare taak had de ingeleverde declaraties te controleren en van een paraaf te voorzien. Algemeen bekend was dat hij die werkzaamheden in beginsel serieus nam, maar gaandeweg de moed verloor en overstapte op het ongezien tekenen. De collega’s die bovenop lagen hadden pech, maar zij offerden zich gelaten op voor het grotere goed.

De declaratie maakte onderdeel uit van een cultuur die gerust rommelig kan worden genoemd. Het vak oefende een grote aantrekkingskracht uit op ondernemende vrijbuiters. De een handelde in verzekeringen, de ander in parfum tegen inkoopprijs. De indruk van een grote vrolijke Siciliaanse familie werd versterkt door een medewerker van de drukkerij die elke vrijdag naar de redactie kwam om namens de onderwereld illegale weddenschappen af te sluiten.

Het is een cultuur die niet meer bestaat. Ik ben geneigd daarvoor de automatisering verantwoordelijk te houden. De komst van computers en steeds ingewikkelder redactiesystemen heeft het werk onmogelijk gemaakt voor vreemde snuiters en scharrelaars. Redacties worden nu bevolkt door overwegend keurige mensen: als er op vrijdag nog iemand langs de bureaus gaat, is dat met een petitie voor de Oeigoeren of tegen de foie gras.

Dezelfde automatisering heeft ook de kunst van het declareren de nek omgedraaid. Bonnetjes moeten tegenwoordig worden gefotografeerd en één voor één gemaild naar een onbekende afdeling elders in de onderneming. We weten bovendien dat ons redactiebudget niet meer is wat het is geweest. Onstuimig declareren is nu vergelijkbaar met het plegen van een overval op de voedselbank: het kan, maar het schuldgevoel is vele malen groter dan de opbrengst.

Reageren? patrick@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden