null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik dacht aan de vaders van de Oekraïense schoolkinderen

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

In het dorp van de walvisvaarders kwam een stoet kinderen voorbij.

Maar er ontbrak iets.

Het vrolijke gejoel dat bij kinderen van die leeftijd hoort. Het kakelen en gillen. Het was een wat stille groep die voorbijtrok.

Oekraïense kinderen.

Begeleid door Oekraïense moeders en oma’s.

De eerste schooldag na de meivakantie. Voor sommige kinderen misschien de eerste schooldag in een vreemd land.

Het was een beetje alsof we naar een optocht stonden te kijken.

Een optocht zonder vaders.

Dat viel meteen op. En het wierp een schaduw over de kinderen, die afwezigheid van de vaders.

(Mijn vader bracht me nooit naar school. Ja, een andere tijd, maar mijn moeder en die van andere kinderen uit onze straat hielden er al vroeg mee op. We konden zelf wel naar school lopen. We hoefden slechts een drukke racebaan zonder stoplichten over te steken.)

Het waren natuurlijk ook gewoon kinderen die we daar door het dorp zagen lopen. Van de buitenkant gezien. Die zich verheugden op de pauze om op de prachtige speelplaats op het schoolplein te kunnen gaan spelen.

We wachtten, met een ongeduldige hond aan onze voeten, tot de voorstelling van de voorbijtrekkende oorlogskinderen was afgelopen. Ik geloof dat ik ze vrij ongegeneerd stond aan te gapen. Het moet er, vanuit het perspectief van de moeders, misschien meelijwekkend hebben uitgezien. Misschien ook niet, en misschien waren ze eraan gewend geraakt, maar zelf vond ik het vrij gênant, toen ik doorkreeg dat ik zo stond te kijken.

Een bijna niet te onderdrukken reflex, zoals ik ook altijd heel erg vooroverbuig om naar een dier te kijken dat is doodgereden.

We staken over en lieten een gat vallen tussen de kinderen en ons.

Er hing een soort gelatenheid over de kinderen, maar dat kan ook inbeelding zijn geweest, want alle berichtgeving over de oorlog beïnvloedt toch je kijk.

Ze werden ingehaald door twee vlotte vaders en twee meisjes die hand in hand naar de school huppelden. Ze hadden kettingen om, en tasjes in hun handen die er nieuw uitzagen. Ze zaten vol verhalen over de vakantie.

Iets verderop fietste een puber voorbij met een rugtas waar zo te zien niet al te veel schoolboeken in zaten. Zijn gezicht op de stand totale onverschilligheid.

De hond snuffelde al een tijd aan een graspol, en de twee vlotte vaders kwamen kinderloos weer voorbij. Ik ving iets op over een boot die gerepareerd moest worden.

Toen dacht ik, sterk gestuurd door emotie en voorstellingsvermogen, aan de vaders van de Oekraïense kinderen.

Aan tanks en loopgraven. En aan verontrustende geluiden die snel naderbij kwamen.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden