null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

Ik dacht aan de thriller die ik ooit wilde schrijven

PlusMaarten Moll

Eerste januaridagen
nog zwaar van december
ploegen ze door het nieuwe
terwijl alles bij het oude blijft

prevelde ik, terwijl ik door het keukenraam een blik wierp op het balkon.

Onze kleine enclave, ons ‘buiten’ op de tweede verdieping van een flatgebouw dat goed zou figureren in een film over de DDR in de late jaren zestig, met uitzicht op de A10.

Wat ik zag?

Winterharde planten in de emmers waar goedkope kerstbomen in hadden gestaan. In de aarde staken een paar opgebrande sterretjes van de oud-en-nieuwviering.

Een grote boodschappentas vol lege flessen.

Een rieten stoel van Ikea.

Een dweil in een hoek.

De verpieterde tomatenplant. Er hingen nog twee zielige vruchten aan, en een tomaatje lag op het groen uitgeslagen graniet.

Een witte vuilnisbak waar we plastic afval in verzamelen.

Een drinkbakje van Peer, die alweer maanden aan de andere kant van de snelweg woont, waar hij gewoon naar buiten kan, en vissen mee naar binnen kan slepen.

Een grote, grijze, gietijzeren braadpan. Met het deksel er nog op.

Ik dacht aan de thriller die ik ooit wilde schrijven.

Het verhaal speelde zich af in de grensstreek, ergens in het oosten van het land. Er was een vrouw verdwenen. Haar fiets was bij een stuw in de Bielheimerbeek gevonden. En op een grote steen midden in het water stond een grote zwarte braadpan. Met het deksel er nog op.

De rechercheur – ik was van plan er geen middelbare, witte, gescheiden man van te maken die al een jaar droog stond en die een moeizame relatie met zijn kinderen had – was bevreesd het deksel van de pan te nemen. Bang om in de pan het hoofd van de verdwenen vrouw te vinden.

De rechercheur, ik had hem Grind genoemd, bleef lang staan. Tilde toen in een vloeiende beweging, maar met een trillende hand, het deksel op.

In de pan lag, keurig opgevouwen, een jurk.

Verder was ik niet gekomen.

Ook niet met het balkon, dus.

Ik heb weleens een kerstboom laten staan tot ergens in april, toen de buurvrouw kwam klagen dat de naalden bij haar naar binnen waaiden. En na mijn vijftigste verjaardag hebben de lege kratten bier daar ook minstens een jaar gestaan.

Elk jaar slagen we er redelijk in om in de zomer van het balkon een soort balkonette te maken, met kleurige doeken, vrolijke bijzettafeltjes, en levendige planten.

Daarna slaat het verval weer keihard toe.

Een verwaarloosd balkon in januari, in de regen, hoe triest wil je het hebben? En dan moet Blue Monday nog komen.

Ik ging maar eens kijken wat er in die grote, grijze braadpan zat.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden