null Beeld Artur Krynicki
Beeld Artur Krynicki

Ik blijk noch magnetisch te zijn, noch over een directe verbinding met Bill Gates te beschikken

PlusNatascha van Weezel

Op de NDSM-werf staat een lange rij. Vandaag is het eindelijk zover: ik krijg mijn eerste coronavaccinatie. Het voelt als een feestelijk moment, zo net voordat ‘the summer of love’ losbarst. Maanden hebben we binnen gezeten, gezoomd en vergaderd via Microsoft Teams, thuis gesport (tot grote ergernis van mijn onderbuurman), de avondklok getrotseerd en uitslag gekregen op onze kinnen van de synthetische mondkapjes. Nu komt er eindelijk licht aan het einde van de tunnel.

Zodra ik binnen ben in de voormalige scheepswerf merk ik hoe goed alles geregeld is, met looproutes en behulpzame vrijwilligers. De diversiteit van het publiek valt me op: voor me staat een vrouw met een grote Louis Vuittontas, haar haren zitten zo netjes dat ik vermoed dat ze speciaal voor deze gelegenheid naar de kapper is geweest. Achter me leest een hipster met krulsnor een boek van Murakami. De vrouw dáárachter is al staand aan het werk op haar laptop.

Een man met een kaal hoofd en een T-shirt met de tekst ‘Ik ben goud’ probeert voor te dringen, maar niemand laat hem ertussen. Hier zie je echt een dwarsdoorsnede van de samenleving. Mijn oog valt op een aantal ouderen die voorzichtig op hun rollator leunen, een paar jonge moeders die hetzelfde doen bij hun kinderwagens en drie mannen in djellaba, die druk met elkaar converseren in het Arabisch.

Na de identiteitscontrole en een gezondheidscheck ben ik bijna aan de beurt. Ik neem plaats voor het prikhokje waarop in grote letters Pfizer staat. De vrouw op de stoel naast me trilt als een rietje. Ze laat haar vaccinatieformulier zien: ‘zeer angstig voor naalden,’ lees ik.

Ze begint te huilen en samen doen we wat ademhalingsoefeningen. Dan ben ik aan de beurt. De prik is zo snel voorbij; ik voel nauwelijks dat er iets gebeurt. Vervolgens moet ik een kwartier plaatsnemen in de wachtruimte om er zeker van te zijn dat ik geen allergische reactie vertoon. Uit de speakers klinkt luide muziek, alsof we met z’n allen in een club zijn: het nieuwste nummer van Davina Michelle en de EK-hit Frans Duits (van volkszanger Frans Duijts). Sommige mensen zingen mee, enkele ­dertigers flirten met elkaar. De vrouw met prikangst straalt: “Nou schat, dat ik daar zo’n schrik voor had snap ik echt niet, hoor.”

Een paar uur later krijg ik zoveel pijn in mijn arm dat ik hem niet meer kan buigen. Gelukkig is dat binnen vierentwintig uur over en blijk ik noch magnetisch te zijn, noch over een directe verbinding met Bill Gates te beschikken. Dit weekend zijn bijna alle coronamaatregelen opgeheven en ik kan het wel uitschreeuwen: lang leve de wetenschap! Na al dat gehamer op wat er fout ging tijdens het coronajaar, mag dat namelijk ook weleens hardop worden gezegd.

Natascha van Weezel (1986) is journalist. Elke maandag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? natascha@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden