Column

Ik ben zesendertig en ik heb het leven al uitgespeeld

James Worthy Beeld Agata Nowicka

Elke laatste donderdag van het jaar bespreken mijn beste vriend en ik dat wat voorbij is gevlogen, terwijl we op een zelfgemaakt vlot van biervaten richting de ­laveloosheid dobberen.

"2016 was misschien een slecht jaar, maar juist ­doordat het zo slecht was, vloog het niet voorbij. De ­tragedies verlangzaamden alles. Alsof de blaadjes van de allerzwartste dagen met meer lijm aan de scheur­kalender vastgeplakt zaten of zo," zegt mijn beste vriend. Een boom van een kerel. Veertig jaar oud. ­Kalend. Coffeeshopeigenaar.

"Dit jaar kroop inderdaad voorbij. 2016 kroop als iets wat half overreden langs een provinciale weg ligt. Een egeltje. Je kijkt naar het beest. En eerst denk je dat het voor zijn leven vecht, maar dan zie je dat het juist tegen het leven aan het vechten is. Net als 2016."

"En toch was het ook een mooi jaar, James."

"Alleszins, maar soms lijkt het wel alsof de mensheid niet meer op schoonheid zit te wachten. Alsof we allergisch zijn geworden voor dat wat ons kan raken. Voor dat wat ons met liefde en hoop kan vervullen."

"Maar om heel eerlijk te zijn heb ik ook geen tijd meer om de schoonheid in dingen te kunnen zien. De dagen zijn te kort en ik ben te overprikkeld. Ik mag niets missen. Geen nieuws, geen kans, geen niets. Ik moet altijd aan staan, James. Als ik uitsta, gaat iemand anders er met dat waar ik recht op denk te hebben vandoor."

"Ik ben een beetje klaar met mensen die denken dat ze overal recht op hebben. Er lijken nog maar twee soorten mensen in dit land te leven. De een denkt overal recht op te hebben en de ander neemt alles voor lief."
"Ja, maar ik heb toch ook gewoon recht op dingen?"

"Vanzelfsprekend. Ik heb ook recht op dingen, maar laten we dat recht niet overdrijven, want dat recht hebben we alleen maar omdat onze ouders op de meest ideale plek op aarde met elkaar geneukt hebben. Het enige recht dat we in feite hebben, is het recht om ­fucking dankbaar te zijn."

"Dat is wel zo. In 2017 mogen we wel wat dankbaarder zijn."

"Waar ben jij dankbaar voor dan?"

"Dat ik zo'n fijn leven heb en dat het voor lief nemen van dit leven in feite mijn enige vijand is. Dat ik het dus zo goed heb, dat ik niet meer zie hoe goed ik het heb. En jij dan, James?"

"Ik heb de mooiste vrouw, de mooiste zoon en de mooiste baan van de wereld. Ik ben zesendertig en ik heb het leven al uitgespeeld. Serieus. Toen ik tien was had ik drie dromen. Een zoon, een column in Het ­Parool en baardgroei. Al mijn dromen zijn op."

"Je bent dronken, man."

"Maar echt. We leven in zo'n mooi land. Laatst moest ik naar het ziekenhuis en onderweg naar het ziekenhuis stond ik in de file. En toen zag ik het. De mensen die in de file staan, mopperen vaker dan de mensen die in het ziekenhuis liggen."

"We hebben het te goed. In heel veel landen hebben ze niets te eten en wij geven gewoon cijfers aan onze oliebollen. Hoe weinig honger moet je wel niet hebben om een cijfer aan een oliebol te kunnen geven? Dit land, jongen. Als ik jou, hier en nu, op je bek pak, krijgen we niet de doodstraf. We hebben het zo goed, James."

"Vriend, we hebben het het beste."

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden