Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Ik ben niet trots op mijn Indische wortels

Plus Theodor Holman

Op het Malieveld in Den Haag is een klein Indisch paradijs geschapen dat ze Tong Tong Fair noemen, voorheen Pasar Malam. Daar was ik met mijn familieleden. Voor het eerst waren de kleinkinderen mee die we spekkoek-ijs en siroop soesoe hadden beloofd, maar die na één lik en slok deze godenspijzen aan opa schonken die dat niet erg vond.

De tong is de toegangspoort naar het verleden en de neus is daarvan de sleutel. Ik rook en proefde mijn ouderlijk huis, mijn zuster de waranda in Malang. Tong Tong Fair is een markt en tevens een labyrint waarvan je de uitgang niet wil weten.

Ik liep naar links en zag driehonderd mannen die op mijn vader leken. Rechts waren tweehonderd afleveringen van mijn dochter en zuster die ver achter mij liepen. Beiden spraken vreemde mannen aan, omdat ze dachten dat ik dat was.

En we aten, God wat aten we. Iedereen eet daar zijn verleden, zijn vader en zijn moeder, zijn land van herkomst; men wil iets van toen binnen hebben; de maag vullen met weemoed, want alleen dat kan een geest die verlangt naar vroeger even bevredigen.

Ik keek naar mijn kleinkinderen.

Mijn overgrootmoeder was, net als de overgrootmoeder van de meeste Indo’s hier, een njai – een inlandse vrouw met de status van een dienstbode en een geliefde.

Voor de zoveelste keer sprak ik met mijn dochter af dat we eens haar herkomst moesten onderzoeken. Dat willen we al jaren.

De schrijver Reggie Baay heeft zich eens afgevraagd hoeveel generaties zich nog Indo zullen noemen. Ik ben een kwart, mijn dochter een achtste en mijn kleinkinderen een zestiende... Reggi vertelde dat wij, Indo’s, op een gegeven moment ‘opgelost’ zijn.

Zo gaat dat. Dna lost aan de ene kant op, aan de andere kant komt er wat bij, de percentages worden groter en kleiner.

Ik neem nog een saté kambing, een pasteitje en nog wat lekkernijen van de verschillende tentjes, en heb het gevoel dat ik familieleden, sawa’s, sarongs en half Java naar binnen werk.

’s Avonds kak ik mijn verleden uit.

Trots zijn op je afkomst. Ik ben opgevoed om niet trots te zijn op iets waar je niets aan kunt doen. Ik ben dan ook niet trots op mijn Indische wortels die steeds kleiner worden. Maar ik heb soms heimwee naar een land dat niet meer bestaat.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden