Plus Column

Ik ben net tien minuten in de VS en heb al twintig wapens gezien

Massih Hutak Beeld Robin de Puy

Allereerst een shout-out naar de ­meneer van Noisey die mij herkende in het vliegtuig en net hard genoeg zei dat ik mooie dingen schrijf zodat alle andere Nederlandse inzittenden hem konden horen. Mijn fabrieks­instelling bij te lang oogcontact is vooralsnog: wat is er? Je haalt de boy wel uit de buurt maar de buurt niet uit de boy.

Na een gemoedelijk praatje met de douane op het vliegveld werd ik alsnog vriendelijk verzocht mee te lopen naar een afgeschermde ruimte. De wachtenden daar waren een exacte afspiegeling van de mensen achter de balie. Je kunt veel zeggen over het New Yorkse beveiligingssysteem, maar hun ­diversiteitsbeleid hebben ze dik op orde.

Ik ben net tien minuten in de Verenigde Staten en heb nu al een stuk of twintig wapens gezien. Allemaal hangen ze aan de te wijde broeken van de beveiligers op vliegveld JFK. In de wachtruimte, waar ik inmiddels als laatste ben overgebleven, mag je absoluut niet op je telefoon.

Voorzover de A4'tjes aan de muren dat al niet duidelijk maakten, wenkt een dame van achter haar computerscherm mij toch nog even de belangrijkste gedragsregel: no phones.

Net zoals mijn grote held Jay-Z tijdens het drugs dealen leerde om zijn teksten te onthouden zonder pen en papier, zo heb ik inmiddels geleerd om in strenge wachtruimtes hele columns te schrijven in mijn hoofd.

Mijn lievelingsmeisje maakt zich vast zorgen in de ontvangsthal. Later zou ik haar daar aantreffen, zittend op onze bagage, met tranen in d'r ogen. Oneerlijk.

Mijn paspoort is een kwartier geleden meegenomen. Ik kijk nog steeds gefascineerd naar de bewapende beveiligers die zo uit een Family Guy-aflevering kunnen zijn gelopen.

Net als ik wil vragen of hun guns echt zijn, word ik opgehaald door een jongeman in burgerkleding. Hij heeft blonde dreads, een zwarte baard, groene ogen en draagt zijn blauwfluwelen Kangolpet schuin achterstevoren. Geen wapen.

Hij zegt dat ik hem moet volgen. Ik kan zijn accent niet helemaal plaatsen maar het is sowieso van een eiland, dus ik wil hem z'n nummer vragen maar doe het niet.

Als we eenmaal tegenover elkaar zitten, zie ik dat om zijn nek een badge hangt van de federale politie. Je kunt niet alles hebben in het leven, zei mijn ­basisschooljuf altijd. Naast het toetsenbord ligt zijn telefoon met daarop een livestream van het WK-voetbal. Ik kan net niet zien wie tegen wie speelt.

Hij stelt me vragen en noteert de antwoorden op een papiertje. Zijn handschrift is slordig. Ik vertel dat ik onderzoek kom doen naar gentrificatie in Brooklyn. Hij test me en vraagt waar ik verblijf. Ik zeg Flatbush.

Hij legt zijn pen neer en vertelt dat ie daar zelf vandaan komt. Gentrificatie heeft deze wijk nog niet bereikt, zegt ie. Alle administratie wordt van tafel geschoven en we praten over voetbal, muziek, eten en politiek.

Hij feliciteert Lievelingsmeisje met d'r verjaardag en geeft me een lijst met plekken waar ik heen moet. Welkom in New York.

Rapper en schrijver Massih Hutak (25) schrijft elk weekend een column voor Het Parool. Reageren? m.hutak@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.