Theodor Holman Beeld Artur Krynicki

Ik ben man, maar ik kan me goed met vrouwen identificeren

Plus Theodor Holman

“Als man is het heel moeilijk om je met een vrouw te identificeren,” hoorde ik iemand beweren. “Ik was vroeger tijdens het voetballen Johan Cruijff, maar ik zou nooit Lieke Martens hebben kunnen zijn.”

Hoe zat dat bij mij?

Toen ik voetbalde, waren er geen voetbalsters maar ik las wel. En ik kan u vertellen dat toen juffrouw Boudewijn ons op de Cornelis Vrijschool ­Pippi Langkous voorlas, alle jongens Pippi wilden wezen.

Pippi was meer dan alleen een meisje. Ze was vrijgevochten, onafhankelijk, had geen ouders, ze woonde in een eigen huis, Villa Kakelbont en dat was een paradijs, haar fami­lie bestond uit een paard en een aapje en ze was rijk, ­lenig, moedig en had humor.

Toen ik de boeken later aan mijn dochter voorlas, zag ik dat ik me als kind niet had geïdentificeerd met haar markante uiterlijk, maar met haar tegendraadse mentaliteit. Het was de reden waarom we ook van de boeken van Annie M.G. Schmidt hielden.

In de literatuur heb ik me trouwens heel vaak met vrouwen ‘geïdentificeerd’. Daarmee bedoel ik: ik wilde schrijven zoals zij, dichten zoals zij, denken zoals zij. Ze heetten Simone de Beauvoir, Emily Dickinson, Renate Rubinstein – ik kan wel doorgaan met mijn helden die vrouw waren.

Identificeren is een ingewikkeld werkwoord. Je denkt: hoe meer ik op hem of haar lijk, hoe meer eigenschappen ik me van hem of haar kan toe-eigenen. Daarom dragen we een Messishirtje en willen anderen een hakenkruis op hun mouw. Je hebt die helden nodig om zelf later iets van held te kunnen worden. Misschien dat jongens meer naar mannenhelden kijken en meisjes meer naar heldinnen.

Zou kunnen, maar het is geen vaststaand gegeven. Je identificeert je vooral met kwaliteiten die je zelf wenst te bezitten. De vraag is welke kwaliteiten dat zijn en waarom je die wil. Ik geloof trouwens nooit dat mensen zich maar met één individu willen vereenzelvigen. Rijkdom is dat de cultuur je een schat geeft aan persoonlijkheden waaruit je vrij mag putten.

Zou ik me hebben geschaamd als ik vroeger (als keeper) met een shirtje had ­gelopen waarop stond: ‘Van Veenendaal’?

Ik denk het niet.

Misschien als ik zou zijn uitgelachen door mijn klasgenoten, maar ik vermoed dat zij alle­maal met een shirtje met ‘Martens’ erop hadden gespeeld.

Tot het mannen-WK natuurlijk.

Dan deed ik het Cilissen­shirtje aan.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden