Column

Ik ben in tijden niet zo verliefd op Nederland geweest

James WorthyBeeld Agata Nowicka

We rijden over de Stevensbeekseweg in het Noord-Brabantse plaatsje Overloon. De weg is lang en nietszeggend. Mijn vrouw en ik spelen 'Ik zie ik zie wat jij niet ziet', maar we zien steeds hetzelfde: we zien niets.

Aan allebei de kanten van de weg staan de bomen op een rij. Het lijkt op het eerste uur van een schoolfeest. Aan de ene kant van de weg staan de meisjesbomen en aan de andere kant van de weg staan de jongensbomen.

De meisjes ruiken naar flink afgeprijsde Moederdagparfum en de jongens ruiken naar wetlook-gel en angstzweet. De jongens kijken naar de meisjes en de meisjes kijken naar de jongens. Hun blikken verlammen elkaar. Er gaat vanavond niet gedanst worden.

Maar dan zien we het. Tussen al die bomen die alleen maar groeien omdat ze in de verte willen kijken. Tussen al die bomen die alleen maar groeien omdat ze zo ver mogelijk van de eigen wortels vandaan willen klimmen, liggen twee gebouwen die mij ontroeren. Links ligt een azc en rechts ligt een seksclub.

De seksclub zit in een wit gebouw. Daar waar ooit ­ramen zaten, zitten nu borden. Op de borden staan de woorden 'sexy girls' en op de parkeerplaats staan drie palmbomen in potten. Veel exotischer gaat de parkeerplaats van een seksclub niet worden.

Vier huisnummers verderop zit een azc. De hekken die om het complex staan, zijn hoog en groen. Ik zie geen palmbomen. De motregen daalt neer op een ­basketbalveldje.

Mijn vrouw en ik gaan precies tussen de twee gebouwen in staan. Links ligt het azc en rechts ligt de seks­club. Ik ben in tijden niet zo verliefd op Nederland ­geweest. Dit is wat Nederland is. Dit is wat het zou moeten zijn.

Een warme vrouwenboezem. Een schuilkelder van poldergrond. Een plek van compassie en houvast. Dit wonderschone, kleine kikkerlandje waar iedereen in een prins of prinses kan veranderen.

Achter de hoge hekken fietst een jonge vluchteling. Er zit een meisje bij hem achterop. Hij fietst opzettelijk door de plassen heen. Ze gilt.

"Het is net of je Rutger Hauer en Monique van de Ven over de Vijzelgracht ziet fietsen," zeg ik tegen mijn vrouw.

"Met Toots Thielemans op een Egyptische fluit," vult ze aan.

"Ik zie ik zie wat jij niet ziet en het is prachtig."

"Ik zie het ook, schat."

"Wat zie je?" vraag ik.

"Ik zie Nederland."

We stappen weer in de auto en vervolgen onze weg over het asfalt dat een uur geleden nog te lang en nietszeggend leek. En de jongens- en meisjesbomen die al zo lang naast de weg stonden, zijn eindelijk aan het dansen. Kijk ze eens onbegrensd bewegen.

Voor even zijn ze de palmbomen op de parkeerplaats van een seks­club. Kijk ze eens zalig zwieren. Voor even lijken ze ­helemaal te zijn vergeten waar hun wortels liggen.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns terug. Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden