James Worthy.Beeld Agata Nowicka

Ik ben gewend geraakt aan het niet goed genoeg zijn

PlusJames Worthy

De laatste keer dat Liverpool kampioen werd, was ik negen jaar oud. In 1990 was ik verliefd op een meisje, maar ik had nog nooit gezoend. Ik had nog twee oma’s en één opa. Ik sliep in een stapelbed. Soms onder, vaker boven. Mathias Servatius was mijn beste vriend. Ik was bang voor spreekbeurten. Elke woensdagmiddag had ik gitaarles in de Bachstraat. Ik was slecht in rekenen en goed in trefbal. Tomaten waren nog geen snoep. Ik was bang voor Hansie, omdat hij een vlindermes had. Koffie was vies. En bier ook. Mijn horloge was een rekenmachine. 123 x 456 x 789 + 28830302 was een HELEBOEL. Don Johnson stond op mijn broodtrommel. Ik had een poes die Fleurtje heette.

Het is nu 2020. Ik ben verliefd op mijn vrouw. Ik heb haar miljoenen keren gezoend. De dood heeft al mijn grootouders klein gekregen. Ik slaap in een grotemensenbed. Soms dronken, vaker nuchter. Bram en Arie zijn mijn beste vrienden. Ik ben bang voor mensen die niet luisteren. Elke woensdagmiddag eet ik pannenkoeken met mijn zoon. Ik ben slecht in leven en goed in douchen. Sigaretten zijn geen snoep meer. Mijn zoon is dol op vlinderpasta. Koffie is lekker, en bier ook. Ik heb geen horloge, omdat ik niet meer het gevoel heb dat ik op tijd kan rekenen. Ik werk thuis en daarom heb ik geen broodtrommel. Ik zou wel een broodtrommel willen. Ik ben gaan schrijven omdat het op trefbal lijkt.

Liverpool gaat volgende maand voor het eerst in dertig jaar kampioen worden. Ik kan het nog steeds niet geloven. Ik ben zo gewend geraakt aan de spek en bonen. Aan het dweilen met de kraan open. Aan het net niet goed genoeg zijn. Aan de prijzenkast en het oorverdovende geknor van zijn maag.

Ik denk terug aan al die wedstrijden die ik met mijn vader bezocht. Eerst op zijn schouders, daarna hand in hand. We kochten voor het begin van elke wedstrijd een sjaal en een programmaboekje. Ik weet nog goed dat we een keer het stadion verlieten en dat we bijna werden aangereden door Harry Kewell. Hij had die dag zijn slechtste wedstrijd ooit gespeeld. En toch wilde ik met hem op de foto. Mijn vader had die ochtend speciaal een wegwerpcamera gekocht om foto’s te maken. De Australische baltovenaar had zichzelf die dag per ongeluk onzichtbaar gemaakt. Hij stapte uit zijn sportauto en kwam naast me staan. Ik sloeg een arm om hem heen. Hij was onzichtbaar en toch wilde ik met hem op de foto. En dat is precies wat Liverpool de afgelopen dertig jaar is geweest. Een onzichtbare vriend. Loyaal in alles, maar vooral in falen.

Dertig jaar lang deed de club stapjes naar achteren, althans zo leek het, maar vandaag de dag weet ik dat de club gewoon bezig was een aanloopje te nemen. De langste aanloop ooit en daarom springen ze nu hoger dan ooit.

Over een maand is het wachten over. Op de dag dat Liverpool de titel wint, koop ik een stapelbed voor mijn zoon. Op die dag heeft hij nog twee oma’s en één opa. Thijn is zijn beste vriend. En als hij die avond in slaap valt, pak ik de dag en zal ik deze voor altijd in zijn broodtrommel bewaren.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden