Roos Schlikker. Beeld Lin Woldendorp
Roos Schlikker.Beeld Lin Woldendorp

Ik ben een zeester in moeiemensenland

PlusRoos Schlikker

Als een aangespoelde zeester drijf ik boven op een berg kurken blokken. Mijn ogen zijn gesloten, mijn wangen lodderig, tussen mijn knieën zit een rolkussen. Het is vrij makkelijk mijzelf nu belachelijk te maken. Want wat doet een veertigplusvrouw met overprikkeld draaihoofd? Die gaat op yoga. Officieel heet deze les restorative, maar ik noem het moeiemensenyoga want je hoeft niets anders te doen dan neerzijgen op instructie van een fluisterende mevrouw.

Kijk nou waar je bent beland, Schlikkertje. Achter me liggen andere zeesterren hand in hand te snikken, een dame aait zichzelf continu, er wordt almaar begripvol geknikt. En ik trek me terug in een ver hoekje, alleen, want dat is wat ik doe.

Ik ben een zeester. Ik, die de Kilimanjaro opliep, die van Parijs naar Rotterdam fietste, met mijn grote smoel en twee vingers in m’n neus, luister nu wijdarms en -beens naar een fluistervrouw. “Stop wanting things. There is nothing to reach. Just be.

Jaren geleden stond ik ook op een yogamat, maar dan in een Saharahete ruimte. Woedend staarde ik naar de deelnemer voor me. Het haar geföhnd, haar lijfje vetloos, vouwde ze zichzelf moeiteloos van wokkel naar pretzel. Tegenwoordig ken ik haar een beetje en ik heb het haar nooit verteld, maar achter sommige mensen wil je niet staan tijdens een zweetsessie. Zo iemand is Wendy van Dijk.

Hitteyoga werd destijds enorm gehypet. Anderhalf uur durende sequenties die een totale work-out beloofden en je fit en gelukkig maakten. Dat viel bij mij tegen. De instructeur verbood water te drinken en vond humor ook overschat, want zodra je lachte, blikte hij woedend terug. Zweetvouwen bleek een serieuze kwestie.

Jaloers gluurde ik naar een ontspannen Wendy, die slechts kleine blosjes op haar konen kreeg. Zelf zwoegde ik enorm bij standjes als De Omgebogen Lotusstengel, aangezien ik als wielrenner zulke verkorte hamstrings heb dat ik vrees in luttele jaren zo stijf te zijn als de ochtenderectie van een hobbelpaard.

Ik pufte, poogde, pijnigde. Ik negeerde de Grote Aanstellerige Acteur van wie ik me de naam niet herinnerde maar wiens pielemoos ik moeiteloos door de wijde pijpen van zijn jarentachtigshort zag bungelen. Ik lette zo min mogelijk op een meneer met baard die zijn buik raakte die weer boven zijn heupslip uitpuilde. En ik keek vooral niet naar mijn eigen hoofd met ontploft plakhaar en auberginekleurig vlekgezicht. Het lag natuurlijk aan mij, bikram loutert ongetwijfeld, maar ik was kramp in optima forma.

Stop wanting things. There is nothing to reach. Just be.” Nu lig ik in foetushouding met een rolkussen tussen mijn knieën. Het is makkelijk mijzelf belachelijk te maken. Maar hoe belachelijk was ik destijds met het almaar rondkijken? Me meten? Mijn eeuwige oordeel?

Ik moet lachen en dat mag hier. Gewoon zijn. Niet schreeuwen, maar fluisteren. Ik denk aan al mijn streven, ik denk aan de man met dat korte zweetbroekje, ik denk aan watergebrek. Aan hoe hard werken alles was. En ik weet: ik lig hier voorlopig best. Een zeester, uitgespuugd door golven, aangespoeld in moeiemensenland.

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden