null

Parool Columnfestival

‘Ik ben een sukkel, maar wel een moedige sukkel, omdat ik blijf proberen’

Beeld Getty Images/EyeEm

Wat houdt Amsterdamse tieners bezig? Zeven weken lang delen veertien middelbare scholieren in het kader van het Parool Columnfestival in zelfgeschreven columns hun gedachten.

‘Leven met pijn, ik blijf het proberen’

Wanneer ik dit schrijf is het precies een jaar geleden dat ik voor het eerst uit huis werd gezet. Sindsdien ben ik twee keer uit huis gezet en ben ik één keer zelf weggegaan, omdat ik het gevoel had dat ik stikte.

Vroeger dacht ik: ‘Kijk, nu gebeuren er veel nare dingen, maar vanwege een soort kosmische weegschaal, een gelijkheid, komt er vanaf nu alleen nog maar goeds op mijn pad.’ Hoe fout ik het wel niet had. Als je aan één kant gewicht legt, raakt de schaal echt niet magisch weer in evenwicht.

Er is een spreekwoord: je buigt óf je breekt. Ik ben misschien wel volledig gebroken, maar één ding weet ik zeker: nooit, en dan ook echt nooit, heb ik gebogen. Net nog, fiets ik langs een klasgenote, en heb ik het gevoel dat ik iets moet zeggen. Mijn innerlijke stem zegt: ‘Je gaat toch wat stoms zeggen, zet jezelf niet voor schut.’ En ik voel mijn buik samentrekken en mijn mond droog worden.

“Ga jij ook naar huis vanwege het tussenuur?” vraag ik, zo normaal als ik kan.
“Ja.” Ze glimlacht naar me. “Aardrijkskunde valt uit.”
De splitsing komt eraan.
“Aight, later,” zeg ik.
Een van haar vriendinnen die op de stoep loopt, lacht.

“Told you so, sukkel,” zegt mijn brein, en ik fiets zo snel mogelijk weg.

Natuurlijk ben ik een sukkel, een heel grote sukkel zelfs. Wie zegt nou zoiets?

Maar weet je wat? Ik had ook niks kunnen zeggen, ik had kunnen luisteren naar dat stemmetje in mijn hoofd en hoe had dat eruit gezien? Nog sukkeliger, stel ik me voor. Ik ben een sukkel, maar wel een moedige sukkel, omdat ik blijf proberen.

Er wordt gezegd: hij/zij die zelf door traumatische gebeurtenissen is gegaan, maar ervoor kiest om zijn/haar verdriet niet op anderen af te reageren, laat zien dat zijn moed groter is dan zijn angst. Oftewel: zolang je mensen niet loopt af te zeiken om jezelf beter te voelen, dan doe je het al een stuk beter dan de meesten.

Iedereen zegt altijd maar dat je moet helen, maar misschien is de dag, en de volgende dag, en de volgende, ook al meer dan genoeg. En ooit, dan wordt het beter.
Luc Nelstein, 5 vwo Hervormd Lyceum Zuid

Luc Nelstein. Beeld
Luc Nelstein.

‘Gebruik je pijn niet als excuus’

Verdriet en woede worden wakker wanneer ik aan mijn vader denk. Een man uit wie ik deels ben ontstaan, maar toch dezelfde man die mij keer op keer verlaat. Veertien jaar later. Ik heb leren schrijven, lopen en lezen, maar toch blijft er een leegte die mij niet wil verlaten. Het gemis van een vaderfiguur is groot, maar het maakt me ook boos.

Toch had ik een moeder die het figuur van beiden was. Zware tijden maar met haar aan mijn zijde weet ik dat ik toch beiden had. Tranen worden verborgen achter een lach en toch niemand die het van mij had verwacht. Een lach die zo puur is met een hart van leegte. Een mind van duisternis met een stem van leven.

Jaren gaan voorbij en nog steeds geen contact. Wil de hoop niet opgeven maar is er nog iets om op te hopen? Deze column is een kijk in mijn hart en gedachten. Zeg eens eerlijk: is er iemand die dit achter mijn lach verwachtte?

Maar dit is niet het enige verhaal dat achter het masker schuilt. Van jongs af aan al gebroken. Raapte mezelf weer op en zei: deze tranen zijn niet nodig. Leef je leven, ook al is het zonder een pap of een mam. Zet je lach weer op en maak er het beste van. Ga naar school en haal je diploma. Maak je mensen hier trots en ook degene daar boven. Gebruik je pijn niet als een excuus, sta op en doe hetgeen dat niemand van je verwacht, met of zonder beide ouders aan je zijde.
Indira Bonatz, klas 3 De nieuwe Havo

Indira Bonatz. Beeld
Indira Bonatz.

‘Ik ben geen superheld en ik ben zeker geen circuspaard’

Mag de tv wat zachter? vraag ik aan mijn broertje. Hij zit op de bank Spider-Man cartoons te kijken. Ik zit in de eetkamer wiskundehuiswerk te maken. Toch hoor ik de tv even hard als de vrachtwagen die buiten parkeert. Mijn vader die in de werkkamer aan het bellen is, mijn stiefmoeder die naast me een mailtje aan het typen is en de regen die op het raam tikt. Het is te veel.

Iemand heeft zo tegen me gezegd: huh, maar iedereen hoort dat toch? Je moet gewoon leren om dat uit te zetten. Dat wordt makkelijker naarmate je ouder wordt. Nou, we zijn nu acht jaar later en ik hoor alle geluiden nog steeds. Dus het is wel te veel. Voor mij.

De reden waarom ik dat nog allemaal hoor en waarom ik er zo’n ‘big deal’ van maak, is omdat ik het elke dag. Elke minuut. Waar ik ook ben. Hoor. Dat komt door een bepaalde reden: ik ben autistisch.

“Dat is toch dat je weet hoeveel blaadjes een boom heeft en weet hoeveel gaatjes er in een schoen zitten?” Uhm nee. Het spijt me om je teleur te stellen, maar ik ben geen superheld en ik ben zeker geen circuspaard. Het is autisme.

Ik heb daardoor geen filter als het op informatieverwerking aankomt (zoals geluiden, nieuwe leerstof, zwaar nieuws, etc.). Alles komt bij me binnen en ik heb na een lange dag of week tijd nodig om dat te verwerken en op een ­rijtje te zetten.

Soms gaat dat ook mis. Als ik niet genoeg tijd voor mezelf heb, stapelen al die prikkels zich op, waardoor ik niet goed (sociaal) functioneer en de mentale kracht niet heb om mensen aan te kijken of om überhaupt te praten. Ik sluit me af en vervolgens wordt me verteld dat ik geen inlevingsvermogen heb en dat ik de goede bedoelingen van de ingewikkelde wereld niet begrijp.

Maar in hoeverre begrijpt de wereld mij?
Ziggy Wijnberg, 4 havo Gerrit van der Veen College

Ziggy Wijnberg. Beeld
Ziggy Wijnberg.

‘Onzekerheid kan veel verpesten’

Ik ben onzeker, omdat ik te veel naar anderen kijk. Ik kijk te veel naar hun uiterlijk en innerlijk. En zo probeer ik mij aan te passen.

Ik vergeet altijd dat ik mezelf moet blijven en dat het niet erg is om anders te zijn of je eigen weg te gaan. Onzekerheid blijft me maar achtervolgen, ook al probeer ik het van mij af te duwen.

Alle complimenten die ik hoor, doen mij wel goed, maar mijn onzekerheid blijft mij maar achtervolgen. De meeste mensen denken dat onzekerheid iets kleins is, maar het kan veel voor je verpesten. Zoals dat ik bepaalde kansen niet durfde te pakken, of dat ik bepaalde dingen niet durfde te zeggen.

Onzekerheid heeft een hele grote impact op mijn leven en ik word het zat. Ik wil kansen pakken, zonder dat ik me zorgen maak over wat er over mij gezegd wordt, wat anderen van mij vinden of denken. Ik wil zelfverzekerd zijn, zodat ik mij beter ga voelen.

Doordat ik onzeker ben, durf ik niet altijd mezelf te zijn en probeer ik te veranderen. Doordat ik onzeker ben, twijfel ik altijd over mijn uiterlijk en of ik wel goed genoeg ben. Door onzekerheid kan ik niet van mezelf houden en mezelf accepteren hoe ik werkelijk ben.

Ik hoop dat ik op een dag over mijn onzekerheid heen kan komen, en dat ik mezelf zal accepteren en waarderen. Want leven met onzekerheid is voor mij een te lange strijd geweest.
Jasmine Lauwerends, 3 vmbo Open School­gemeenschap Bijlmer

Jasmine Lauwerends. Beeld
Jasmine Lauwerends.

‘Een maatschappij waar ik niet mag zijn wie ik ben’

Ik leef in een witte maatschappij. Niemand snapt wat er leeft in mij. Lopend in de straten van Amsterdam. Geboren en getogen maar toch voel ik me niet thuis.

Wijzend en starend kijkt men me aan. Dit is niet anders dan normaal, normaal in mijn wereldje. Ik leef in een witte maatschappij. Een maatschappij waar mijn stem niet telt, een maatschappij waar mijn cultuur een gevaar is. Een maatschappij waar ik een stereotype ben, een grap. Een grap die steeds wordt herhaald.

Ik leef in een witte maatschappij. Levend op een planeet waar ik word geïmiteerd, waar ik inspireer, waar ik intimideer, maar overal waar ik ga, creëer ik de sfeer.

Ik leef in een witte maatschappij. Een maatschappij waar de mensen die mij vertegenwoordigen, woorden gebruiken die mij niet vertegenwoordigen. Waar ik weggestuurd word naar mijn eigen land. Maar een land dat ik niet ken, omdat dat van mij is afgepakt.

Ik leef in een witte maatschappij. Een maatschappij waar ik niet mag zijn wie ik ben. Ik heb de vrijheid om niet vrij te zijn. Kracht is macht en vrouw is zwak.

Ik leef in een witte maatschappij. Waar normen geen waarden hebben en waarden geen normen hebben. Een maatschappij waar een vooroordeel oordeelt. Waar mijn herkomst niet ver komt.

Ik leef in een witte maatschappij. Jij leeft met mij en ziet mijn pijn en doet alsof ik die niet heb, maar ik bloed. Jij staat met mij, maar steekt me in mijn rug of in mijn zij.

Ik leef in een witte maatschappij. Een maatschappij waar niemand een hand uitsteekt naar mij. Een maatschappij waar Jan en Kim voor staan, voor mij. Ik leef in een witte maatschappij. Dag in dag uit en na jaren leeft de witte maatschappij in mij.
Kymmora Vrede, 4 vwo Ir. Lely Lyceum

Kymmora Vrede. Beeld Eigen foto
Kymmora Vrede.Beeld Eigen foto

‘Wat is nu precies de bedoeling? Wat wordt er van mij verwacht?’

Ik doe mijn laptop open en log in op Microsoft Teams. De les begint. Doordat het systeem niet meewerkt, kan ik de les niet goed volgen en geen vragen stellen. Achteraf zie ik dat ik absent sta. De docent noemt mij ongemotiveerd.

De volgende les ziet de docent mijn vraag niet. De uitleg gaat te snel en ik kan niet aangeven dat ik iets niet snap. De les daarna krijgen we helemaal geen uitleg. De absenties worden bijgehouden en dan is de docent verdwenen. Dat was het dan.

Wat is nu precies de bedoeling? Wat wordt er van mij verwacht? Ik tast in het duister. Met een zucht, haal ik de berg kleren van mijn bed en leg ze op mijn bureaustoel. Ik duik maar weer mijn bed in.

De volgende ochtend haal ik de kleding van mijn bureaustoel af en gooi ik ze weer op mijn bed. Gisteren herhaalt zich. Na een mailtje met een vraag krijg ik een linkje naar een YouTubevideo terug. Het internet is mijn nieuwe school.

Zo zag mijn leven er een jaar uit. De cijfers op mijn rapport kleurden steeds roder en de wallen onder mijn ogen steeds zwarter. “Je doet gewoon je best niet meer,” kreeg ik te horen, nadat ik urenlang bezig ben geweest met zelfstudie.

“Samen komen we eruit, maar dan moeten we ook samenwerken,” klonk het. Daar merkte ik eerlijk gezegd weinig van. Het is nu ieder voor zich.

Wie het moeilijk heeft, heeft gewoon pech. Je verdwijnt langzaam tussen alle icoontjes op Teams.

Niemand die je vraagt hoe het met je gaat, of je nog een vraag hebt en of het huiswerk allemaal wel gelukt is. Terwijl zo’n simpele vraag het verschil kan maken.

Ik ben nu niet meer dan een manke thumbnail op de virtuele snelweg.
Imran el Hassani, 4 havo Metis Montessori Lyceum

Imran el Hassani. Beeld -
Imran el Hassani.Beeld -

Parool Columnfestival

Meer dan vijfhonderd Amsterdamse scholieren mengden zich het afgelopen jaar onder begeleiding van productiehuis Nowhere in het publieke debat en schreven scherpe teksten over hun belevingswereld, wensen en kritiek op de samenleving. De veertien meest spraakmakende columns zijn vanaf dit weekend wekelijks te lezen in Het Parool en op Parool.nl. Lees hier het interview met coördinator opinie Jessica Kuitenbrouwer over het project: ‘Het is belangrijk de stem van jongeren te laten horen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden