Maarten Moll. Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Moll.Beeld Sjoukje Bierma

Ik ben een plasje gesmolten papa

PlusMaarten Moll

Ze is van een rots gesprongen.

Ze zegt van twaalf meter hoog.

Dat zijn zes Woutjes Weghorst op elkaar, plus achttien centimeter.

Dat is de lift nemen naar de vierde etage van een flatgebouw, naar de galerij gaan, op de balustrade klimmen. En dan springen. Als je nog durft.

Maar ze kwam niet zo goed terecht.

De zomer van 1981.

Zwembad Groenendaal.

De lage duikplank.

De dochter van keurslager Rozendaal staat toe te ­kijken.

Ik ga een salto maken.

Dat is het plan.

En dan nonchalant weer bovenkomen – na onder water de zwembroek weer te hebben opgetrokken – en me in één beweging uit het water op de kant hijsen.

Het wordt een halve salto.

Plat op de rug.

Het lachen bleef de hele verdere zomer boven het zwembad hangen.

“Was er wel iemand bij?”

“Ja pap, een heel aardige jongen is met me mee­gezwommen naar de kant.”

“Heb je pijn?”

Jongste Dochter – we facetimen – toont me de achterkant van haar benen.

Allerlei kleuren blauw en paars en groen, waar Bob Ross de schitterendste namen bij zou hebben ver­zonnen.

Ik zie zelfs een reepje Yves Klein-blauw.

“Ik ben toch maar even naar de dokter gegaan.”

Ik zeg dat dat heel verstandig is.

“Doet het nog zeer?”

“Ik heb zalf gekregen, dat helpt.”

“Kon je wel lopen? Je kon zeker niet meer uit, of wel?”

Het lachen blijft nog lang nagalmen.

“Hoe gaat het verder?”

“Goed! Al was dat doktersbezoek wel een hap uit het budget.”

“Heb je al nagedacht over welke studie je wilt gaan doen na de zomer?”

“Pap! Daar wil ik nog helemaal niet over denken. Ik ben nu hier!”

“Ja, maar…”

“Pap!”

Hier. Het Benedenwindse Eiland.

Ze maakt een vrolijke, krachtige indruk. Het ongeluk in september dat haar leven zo op zijn kop zette, lijkt ver weg. Ze doet iets met schildpadden, iets met afval inzamelen, een kunstwerk maken. Feesten. Ik heb jurkjes gezien die ik niet eerder zag.

Donderdag zou ik na twee maanden Jongste Dochter op Schiphol weer in mijn armen sluiten.

“Je weet dat ik heb bijgeboekt, hè?”

“Ja,” zeg ik.

“Wat vind je daarvan?”

“Ja, prima, toch?” zeg ik zo luchtig mogelijk.

“Het is maar voor twee weken.”

“Maar dan zijn we op vakantie en kan ik je niet op­halen.”

Het blijft stil aan de andere kant van de oceaan.

“Het is zo fijn hier,” zegt ze. “Ik wil nog helemaal niet weg.” En ze kijkt me aan, o, wat kijkt ze me aan.

Ik ben een plasje gesmolten papa.

“Liefje, het is je gegund. Heel veel plezier nog. Maar geen rotsen meer, hè?”

Lachend roepen we ‘tot snel’.

Ik heb maar niet gezegd dat donderdag een lege, lege dag zal zijn.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden