Marjolijn de CocqBeeld Artur Krynicki

Ik ben door mijn kinderen definitief bijgezet in de categorie ‘oude vrouw’

PlusMarjolijn de Cocq

Bijlezen en vooruitlezen, dat was het plan voor de kerst en mijn aansluitende week vrij. Naast alle boeken die ik vorig jaar wel heb kunnen lezen, zijn er nog zo veel die ik gelezen had willen hebben maar waaraan ik nog niet aan was ­toegekomen: David Mitchells Utopia Avenue bijvoorbeeld; de nieuwe Robert Galbraith/J.K. Rowling Kwaad bloed; De harpij, magnum opus van A.N. Ryst – het pseudoniem waarachter kunstenaar en (kinderboeken-)auteur Daan Remmerts de Vries schuilgaat. Dikke pillen, goed voor de donkere dagen.

En dan waren er ook alweer de nieuwsgierig makende drukproeven en ‘ongecorrigeerde vooruitexemplaren’ zoals de uitgeverijen die rondsturen: De stem, de eerste roman sinds tien jaar van Jessica Durlacher; De berenvrouw van de Zweedse Karolina Ramqvist; De tunnel van Israëliër A.B Yehoshua met wie een interview op stapel staat, en alvast gelezen scheelt later ‘werk’.

Maar niets van dat al.

Twee hoofdstukken Utopia Avenue, verder ben ik niet gekomen.

Dat komt – en ik ben nu door mijn kinderen definitief bijgezet in de categorie ‘oude vrouw’ al probeer ik ze ervan te overtuigen dat ik eigenlijk überhip ben – omdat ik aan het haken ben geslagen. En niet zomaar haken; zoals een oudere vriendin die ik al coronawandelend tegen het lijf liep, zei: “Jij kan ook nooit eens iets gewoon normaal doen.”

Het was de week voor kerst, ik lag ’s nachts wakker; mijn hoofd zoemend van lijstjes en ­halve zinnen voor nog te schrijven stukken. Ik pakte mijn telefoon voor een online potje scrabble met mijn vriendin in Los Angeles, iets wat tijdzone-overschrijdend wonderwel blijkt te werken. Toen deed ik nog een rondje scrollen langs de socials. En zag ik: prachtige kleurencombinaties, kunstige patronen. Iemand op mijn Facebooktijdlijn bleek aan een haakproject te zijn begonnen, de Havana Afghan van de op Cuba woonachtige IJslandse Tinna Thórudóttir Thorvaldsdóttir. Een grote beddensprei in regenboogmozaïek.

Ik was als Pippi Langkous. “Ik heb het nog nooit gedaan dus ik denk dat ik het wel kan.” Bestelde het patroon. Bestelde een haaknaald, bestelde een verhuisdoos vol bollen wol met namen als Meadow, Pomegranate, Buttermilk, Claret en Emperor. En begon, met een tutorial van Tinna Thórudóttir Thorvaldsdóttir zelve op YouTube.

Nu ben ik hooked. Ik heb een kleurenoverzicht gemaakt om alle bollen uit elkaar te kunnen houden. Ik volg een schema waarop ik elke voltooide ‘toer’ moet afvinken. Ik ben nu halver­wege motief 2, toer 24. Er zijn 7 motieven, met elk 50 toeren van 2 meter breed. Ik ben, realiseer ik me, hier nog maanden mee zoet.

Dus als u witte plekken ziet op deze pagina’s…

Reageren? m.decocq@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden