Plus Column

Ik ben de ouder geworden die ik vroeger belachelijk maakte

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Het is vroeg en ik voel me niet goed. Mijn moeder zegt dat het door de baby komt; onbewuste aandachtstrekkerij van mijn lichaam. Maar ik gun die baby alles, ik hoef helemaal geen extra aandacht voor zover ik weet. Ik cijfer mezelf met alle liefde weg voor onze pasgeboren dochter.

Ik probeer wel op te passen dat ik niet verslons, maar eigenlijk ben ik precies een van die ouders die ik vroeger belachelijk maakte. Omdat ze eruit zien alsof ze het allemaal hadden laten gaan, sinds ze ouders waren geworden.

Kortgeknipte, praktische kapsels, Crocs, broeken met extra zakken voor handige spulletjes waarvan je niet eens wist dat je ze nodig had, maar die dan ineens van pas komen. Zoals zo'n soort pompje waar je je kind zijn neus mee van snot kan ontdoen, en uitgelubberde, grote, ­verwassen shirts en overal de all over print van afgesmeerde handjes en strepen babykots. De kinderen voor alles.

We liggen met zijn vieren in bed. Om en om, ouder en kind, en de jongens en de meisjes naast elkaar. Ons jongetje werd wakker in tranen op zijn eigen kamer en het duurde een goeie tien minuten voordat ik me realiseerde dat ik niemand aan het helpen was met mijn eindeloos herhaalde 'Wat is er dan, mannetje?'

Want daar ging ik al weer de fout in met mijn grotemensenhoofd. Als hij wist wat er was, zou hij niet in tranen zijn. Het feit dat ik weet dat hij zich nog nergens zorgen over hoeft te maken, doet daar niks aan af. Het was vrij duidelijk wat er was, hij was verdrietig en ik moest hem troosten en niet lastig vallen met logica.

Ik nam hem aan de hand mee naar de slaapkamer en ging daarna zelf mijn tanden maar even poetsen en het was toen dat ik erachter kwam dat ik dodelijk ziek was. Of misschien niet dodelijk ziek, maar wel licht verkouden. Elke tand schoonmaken was een enorme inspanning. Wat een gezeik.

Ik ben in ieder geval maar weer in bed gekropen naast mijn knappe gezinnetje. Geen spoor meer van de treurnis op ons zoontjes gezicht. Hij viel direct weer in slaap, als een in marmer gevangen engeltje uit de renaissance. De dames gaven sowieso geen kick.

Ik sloot mijn ogen, maar het had geen zin. Ik had mijn tanden niet moeten poetsen. Nu was ik al met een teen over de drempel van de dag en kon ik voorlopig niet meer terug in de warme omhelzing van de sluimer. Kut.

Ik besloot te proberen te mediteren. Gewoon liggend in bed. Ik concentreerde me op mijn ademhaling en probeerde mijn hoofd leeg te maken en niet aan dingen te denken en als ik dat wel deed, daar vrede mee te hebben, om het vervolgens los te kunnen laten. Ik geloof dat het lukte, maar ik weet het niet zeker.

Mijn zoontje draaide zich om en sloeg me in mijn gezicht en poes Miko krabde aan het bed omdat ze eten wilde en ik liep naar beneden en ik wist het zeker: dit werd een fantastische dag!

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden