Plus Column

Ik ben blij dat ze nog lezen

Pepijn Lanen Beeld Corné van der Stelt

Het is de dag van de Literatuur. Ik heb een leren broek aangetrokken om een beetje te stunten op de kinderen. Buiten krioelt het van de scholieren, hier en daar stoer met een sigaretje, maar allemaal boekenthousiast, denk ik.

Ik drink met Necim een kopje okeeje koffie als er een vrouw langsloopt die in het voorbijgaan laat vallen dat je hier hele gore koffie kunt drinken. Ik schud Herman Koch voor de tweede keer in twee dagen de hand en voel me even heel bijzonder.

Het meisje of de vrouw die ons begeleidt vertelt dat ze eigenlijk redactie wil gaan doen in Engeland maar dat de brexit roet in het eten heeft gegooid. Ik vind het grappig en zielig tegelijkertijd.

We gaan naar de zaal waar ik straks moet spreken. Tim Hofman zegt dat hij laatst een boek heeft weggelegd omdat het niet zo goed was en ik zeg dat ik dat niet kan, een boek wegleggen als ik er eenmaal in begonnen ben, en dat ik daarom altijd probeer van tevoren zo goed mogelijk aan te voelen of het wel of niet een kutboek is zodat ik niet in dat dilemma terecht kom.

Dichteres van de jeugd Hagar Peeters arriveert en er ontstaat commotie over wat ze moet voordragen en hoe ze erachter komt tijdens het voordragen hoe lang ze al bezig is en/of hoe lang ze nog moet.

Dan komen de dansers binnen die gaan dansen tussen haar voordracht en die van mij in. Eerder had ik me er negatief over uitgelaten omdat ik het disrespectvol tegenover de literatuur vond, zomaar ineens gedans. Maar de dansers gaan dansen met een boek als attribuut en ik trek mijn klachten weer in.

Ik vraag de hoofddanser wat zijn lievelingshoofdstuk is van het boek en hij geeft direct toe dat hij het niet gelezen heeft. Het heet Zuchten en hij heeft het gekregen tijdens het Depressiegala, waar ze ook gedanst hebben. Ik weet even niet meer wat ik moet zeggen. Ik ben zenuwachtiger voor ik moet voorlezen voor publiek dan voor een gewoon optreden, merk ik.

De dansers hebben overhemden en bretels en nette broeken aan terwijl ze dansvechten om het boek op het podium. En dan ben ik aan de beurt. Ik sta achter zo'n lessenaar met een spot op m'n gezicht en heb ineens de vrees dat ik in een zwart gat zal vallen naar een andere dimensie. Ik groet de kinderen met "Hallo Kinderen." en begin voor te lezen.

Ik heb het al een tijd niet meer gelezen en was bijna vergeten dat ik het geschreven had en wat er allemaal gebeurt. Het is erg goed maar minder op de lach dan ik dacht toen ik het uitkoos. De woorden komen mijn mond uit voor ik me zorgen kan maken over of ze wel mijn mond uitkomen.

Een vluchtig moment vraag ik me af wie ik eigenlijk ben. Dan is het moment alweer voorbij. De kinderen applaudisseren en ik gooi het boek de zaal in. Ik ben blij dat ze nog lezen.

Pepijn Lanen (1982), ook bekend als Faberyayo, is rapper, schrijver en tekstschrijver van onder meer De Jeugd van Tegenwoordig en LeLe. Elke zaterdag schrijft hij een column voor Het Parool. In het archief lees je ze allemaal terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden