Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Ik ben behoorlijk ziek. Mag daar alsjeblieft enige aandacht voor zijn?

PlusTheodor Holman

Eigenlijk heb ik een hekel aan ‘opacolumns.’ Altijd gehad. Maar soms kan ik niet anders, omdat mijn kleinkinderen me opslokken.

Nu is het helemaal erg, want ik ben nog steeds ziek. De koorts verdwijnt niet. Zelf denk ik dat ik sterf, maar ik doe of dat niet zo is.

De kleinkinderen komen kijken.

“Jullie moeten wel heel lief zijn voor opa, hoor, want hij is ziek.”

“Moet ik hem een kusje geven?”

“Nee, dat hoeft niet.”

“O gelukkig.”

Het is de dialoog die zich afspeelt bij de voordeur als ze hun jasjes uittrekken.

De deur van mijn slaapkamer gaat open en twee mensjes (wat erg dat ik dit woord gebruik, maar ik weet even niks beters) blijven in de deuropening staan en kijken naar het lijk.

“Dag jongelui, hebben jullie een fijne grote vakantie gehad?”

Waarom deze ouwelijke kinderboekenzin? Grote vakantie. Dat zegt niemand. Mijn hersens zijn aangetast.

“Ben je ziek?” vraagt Bloem.

“Ja.”

Koning staart naar me. Ik herken die blik. Het is de blik van de kabouter die een hele oude reus ziet liggen die straks gaat roepen: “Ik ruik mensenvlees!”

Mijn dochter geeft me wel een kus en heeft uit Parijs mijn favoriete conserven meegenomen. Een aantal blikken choucroute. Ik moet alleen nu niet aan choucroute denken, en de blikken moeten ook uit het zicht.

Opeens is het stil in het crematorium. Oma zegt: “Een kopje thee, jongens?”

Ze verlaten me. De deur mag openblijven, zodat ik de gesprekken kan horen.

Na vijf minuten raak ik geïrriteerd. Het gesprek gaat niet over mij!

Ik ben behoorlijk ziek. Mag daar alsjeblieft enige aandacht voor zijn? Ik ben helemaal uit het gesprek verwijderd. Zo zal het straks ook gaan. Verder hoor ik allemaal zaken waar ik me mee moet bemoeien, zoals het boerkaverbod, nog iets met vrouwen, en iets met Trump. Maar ik ben te beroerd. Te zwak.

Goddank weet Koosje me nog te vinden. Hij springt op bed, boven op mijn zak! Maar ook mijn kreun wordt niet gehoord. Het is heel gezellig daarbinnen. Fijn! De kinderen hebben de snoeptrommel gevonden, maar ze denken niet aan mij. Ze slaan me over! Ze denken alleen maar aan zichzelf.

Ik probeer mijn ogen dicht te doen en iets te slapen.

Als ik mijn ogen weer open doe, hoor ik: “Laat opa maar met rust.”

“Is goed,” klinkt het opgelucht.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden