Roos SchlikkerBeeld Lin Woldendorp

‘Ik ben Arend Hitler,’ brulde de jongste ineens

PlusRoos Schlikker

Natuurlijk, ik mag nog van geluk spreken. Het gebeurde niet midden in een Zoommeeting met een ­voltallige krantenredactie. Of tijdens een telefonisch radio-interview waarin ik werd geacht het nieuws te duiden. Of gedurende een gesprek met de meneer van de verzekeringen.

Toch schrok ik me de tandjes toen mijn jongste, terwijl ik een stukje aan het tikken was, de woonkamer binnenstampte en brulde: “Ik ben Arend Hitler!” Hij had zelfs een geknepen schreeuwstemmetje opgezet. Waar zou ik beginnen? “Eeh, schatje, de man heette Adolf,” mompelde ik, want feiten doen ertoe. Om er meteen streng achteraan te zeggen dat de oorlog een afschuwelijke tijd was en dat Hitlertje ­spelen echt niet kan. Verbaasd keek hij me aan. “Maar jij zegt toch altijd dat ik alles mag zijn wat ik wil?”

Ja, dat is waar. Maar dat is vooral om zijn enorme vermogen tot bewonderen niet in te tomen. Zijn piratenliefde is sinds zijn tweede ongeëvenaard (“Mam, kun jij Jack Sparrow bellen en vragen of ie op m’n ­verjaardag komt?” “Nou, je weet dat dat een acteur is?” “Duh. Da’s Johnny Depp. Maar dan kun je die toch bellen?”). Ook houdt hij al jarenlang innig van Ciske de Rat. Altijd als hij aan mijn aandacht ontsnapt en per ongeluk een microfoon in zijn knuisten krijgt, zingt hij er onmiddellijk keihard Krijg toch allemaal de kolere inzo ook tijdens een romanlancering bij een chique uitgeverij, wat ertoe leidde dat iedere aanwezige, van redacteur tot directeur tot burgemeester, uiteindelijk galmde dat hij zich ‘so ferdomt aolleen’ voelde.

Aan het begin van de quarantaine ­ontdekte hij James Bond, waarna hij weken in wit overhemd met merkwaardig opgetrokken wenkbrauwen door het huis banjerde. Eén ochtend legde hij me uit wat er in het eerste halfuur van Casino Royale gebeurt. Dat duurde drie kwartier.

Kortom: mijn zoon is de homo ludens in optima forma. Maar spelen hoeft niet alleen uit bewondering voort te komen. Sterker, het kan ook zoeken zijn naar waar het schuurt. Zijn spelen is verwerken en een poging de wereld een beetje te snappen. Prijzenswaardig eigenlijk. Iedereen roept tegenwoordig dat je vooral jezelf moet zijn. Volgens mij wordt jezelf zijn schromelijk overschat. Je kunt beter proberen zo nu en dan een ander te wezen, dat zou een hoop onbegrip schelen.

Sommige mensen moet je echter niet te lang zijn. Voor je het weet kruipen ze ­letterlijk onder je huid. Gelukkig adoreert mijn zoon liever dan dat hij choqueert. Een dag na het marcheerincident keken we Oorlogswinter en bromde hij misprijzend: “Hitler was een lul,” wat ik een trefzekere samenvatting van de feiten vond. “Hé mam... wie was Elvis eigenlijk?”

Die middag zat midden op een Jordanese brug een klein jongetje met een grote gitaar. Zijn pommadehaar stond hoog op zijn kop als een lobbige slagroomtoef op een taartje. Met bronstige stem zong hij dat niemand op zijn blauwe suède schoenen mocht stappen. Hij haalde twintig euro op. En Arend? Nooit meer van gehoord. 

Roos Schlikker (1975) is journalist en schrijfster van boeken en toneelstukken. Elke zaterdag schrijft ze een column voor Het Parool.

Reageren? r.schlikker@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden