Erik Jan Harmens. Beeld Artur Krynicki
Erik Jan Harmens.Beeld Artur Krynicki

Ik ben 51 en ‘normaal’ word ik nooit meer

PlusErik Jan Harmens

Twee jaar geleden kreeg ik de diagnose autisme. Of eigenlijk: ‘autismespectrumstoornis’, want de ene autist is de andere niet. We zitten allemaal in een grote vergaarbak en een sjiek woord voor vergaarbak is: ‘spectrum’.

Het labeltje lucht me op, want het biedt eindelijk een verklaring voor mijn volle hoofd, mijn voortdurende, vaak nergens toe leidende denkprocessen en mijn extreme gevoeligheid voor fel licht, hard geluid en plotselinge aanrakingen. Het labeltje maakt me ook verdrietig, want sommige mensen denken nu dat ik niet helemaal goed ben.

De Franse schrijver Louis-Ferdinand Céline schreef: ‘Het is de meerderheid die uitmaakt wat gek is en wat niet.’ Als de meeste mensen honderd keer gevoeliger zouden zijn voor licht, geluid en aanrakingen dan ik of zich nog honderd keer houteriger zouden begeven in het sociale verkeer dan ik, dan zouden zíj een autismespectrumstoornis hebben, niet ik. Alles is relatief, we verhouden ons allemaal tot de benchmark van de normaliteit.

Omdat ik verder van die benchmark zit dan anderen, heb ik een ‘stoornis’. Ook wel: een ‘beperking’. Die beperking is tevens een bron van overvloed: mijn manier van denken is de motor achter mijn creativiteit en als schrijver verdien ik met die creativiteit genoeg om van te leven.

Soms zou ik ‘normaal’ willen zijn. Dat ik niet de hele tijd overal over nadenk en niet evenveel over belangrijke dingen als over onbelangrijke dingen. En niet de hele tijd alles plat-analyseer, maar me wat vaker laat overmannen door gevoelens. En niet steeds zó overprikkeld ben dat ik het gevoel heb dat mijn hoofd gaat exploderen. En niet zo’n beetje elke dag ergens compleet over uit mijn plaat ga en doorgaans alleen vanbinnen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld als iemand in de rij voor de kassa met z’n winkelwagentje tegen mijn enkels rijdt en geen sorry zegt. Of als mijn buurman heel hard en snerpend Nothing’s gonna change my love for you van Glenn Medeiros fluit. Of als iemand op de snelweg het bord ‘ritsen vanaf hier’ negeert en pas gaat invoegen als hij met vier wielen op het verdrijvingsvlak staat waarna ik ’m er voor geen goud meer tussen laat en hij begint te toeteren.

Het maakt zo veel woede in mij los dat ik van de achterbank een met prikkeldraad omwikkelde honkbalknuppel grijp en de medeweggebruiker dermate hard en veel sla dat er alleen een hoopje vlees overblijft. Dat gebeurt niet echt, maar vanbinnen zie ik tóch wat ik heb aangericht.

Ik ben 51 en ‘normaal’ word ik nooit meer. Het zou me enorm helpen als ik dat ook niet meer zou ambiëren. Laat ik daar een voornemen van maken, terwijl ik u bij wijze van afscheid innig en liefdevol omhels, want dit was mijn laatste column voor Het Parool.

Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. Hij schreef tot en met 26 augustus 2021 een wekelijkse column over prikkels en andere zaken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden