Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Ik bel mijn moeder omdat ik iets wil weten over de oorlog: ‘Jullie hadden toen Russen in huis?’

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Mijn moeder droomde een paar dagen geleden dat er bommenwerpers overvlogen. Toen ze wakker werd hoorde ze niet langer het gebrom dat haar ooit zo beangstigde. Ze ging snel thee zetten.

Ze was een kind in die oorlog van lang geleden, ze is een oude vrouw in die van nu.

Ik bel haar omdat ik iets wil weten over de oorlog. (En ik heb corona, en niets beters te doen.)

“Jullie hadden toen Russen in huis?”

“Nee,” zegt mijn moeder. “Niet in huis. In de keuken achter ons huis in de Brugstraat was een keuken. Een veldkeuken, een noodkeuken, hoe noem je dat? Door de Duitsers daar neergezet. En daar waren die Russen aan het koken. Op van die grote blokken hout waar wij niet aan mochten komen.”

“Hoe kwamen die Russen daar?”

Ik hoor haar mijn vader roepen. “Jaap, hoe kwamen die Russen daar?”

Ik vang wat donkere, diepe geluiden op.

“Hij denkt dat het Wit-Russen waren. Gevangengenomen door de Duitsers. Ze moesten voor hen werken. Het waren heel aardige jongens.”

“O, ik dacht dat ze bij jullie in huis zaten.”

“Ze sliepen in een stal achter het huis van een vriendinnetje. In hun vrije tijd maakten ze sieraden, en sneden ze van hout speelgoed. Plankjes met kippen die konden bewegen en die dan zo in de grond pikken.”

“Had jij ook zo’n plankje?”

“Ach jongen, daar vraag je me wat. Ik geloof het wel, ja.”

“Aardige kerels dus.”

“Meer jongens, hoor. Er was er een bij die ik nog bij naam ken. Alex. Toen ik uit het ziekenhuis kwam bracht hij me een pannetje.”

“Waarom lag je in de oorlog in het ziekenhuis?”

“Een oorontsteking. Ik ben in het katholieke ziekenhuis van Zwolle aan mijn oor geopereerd.”

(Waarom weet ik dat niet, of niet meer?)

“En wat zat er in dat pannetje?”

“Hele witte havermout. En heel zoet. Dat had hij speciaal voor mij klaargemaakt. En het was heel erg lekker. Ik weet nog dat ik dat zo lief van hem vond, dat hij wist dat ik in het ziekenhuis had gelegen. Misschien was het wel zijn eten dat hij aan mij gaf.”

Ze vertelt dat een neef met die blokken hout loopgraven nabouwde in een zandbak en dat de Duitsers daar woedend om ware geworden. Ze moesten ze schoonvegen en weer netjes terugleggen.

“Ik vond dat heel spannend, ik was bang dat er wat met mijn neef zou gebeuren, maar gelukkig bleef het bij een donderpreek.”

“Wat is er verder met Alex gebeurd?”

Ik hoor haar weer mijn vader aanroepen. “Jaap, wat is er met die Wit-Russen gebeurd?”

Weer dat gebrom op de achtergrond.

“Hij denkt dat ze met de Duitsers zijn meegevoerd toen die zich terugtrokken aan het einde van de oorlog.”

Mijn moeder lacht. “Ik weet nog van een dienstmeisje. Die was zo bang dat ze na de oorlog zou worden kaalgeschoren omdat die Russen en Duitsers achter ons huis zaten… Wat? Ja, ze hield haar haar.”

Het blijft een tijdje stil aan de andere kant van de lijn.

“Moeder?”

Een wat dikke, moeizaam op gang komende stem.

“Ik weet het nog heel goed. Hele witte, zoete havermout.”

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden