Plus Column

Ik bel 112, voor het eerst in mijn leven

Ellen Dikker Beeld Wolff

Het is nu ongeveer een jaar geleden. Het Kleine Broertje wordt 's ochtends niet goed wakker. "Mijn been­tje doet het niet," roept hij vanuit zijn slaapkamer. Hij zit op de grond en kan niet overeind ­komen. Zijn grote broer probeert hem te ­helpen, tevergeefs.

We zetten hem licht bezorgd op zijn kinderstoel aan de ontbijttafel. Er is iets mis. We zien de rechterkant van zijn lijfje langzaam verslappen. Ineens glijdt hij hulpeloos van zijn stoel af. Paniek.

Ik bel 112, voor het eerst in mijn leven. De mevrouw aan de andere kant van de lijn stelt moeilijke vragen. Of hij dit kan. Of hij dat kan. De tijd haalt ons in, hij zakt steeds verder weg. Z'n gezichtje trekt scheef, spreken lukt niet meer, hij lijkt het bewustzijn te verliezen.

Ik schreeuw ons adres door de telefoon terwijl mijn vriend op ons kleintje inpraat. "Blijf bij ons. Niet weggaan," fluistert hij als een mantra in z'n oor.

Niet veel later rijden we met gillende sirenes naar het AMC. De ambulancebroeders vinden het ziekenhuis om de hoek te riskant.

"In het AMC kunnen ze net wat meer." We slikken door onze tranen heen. Als we aankomen, staat er een heel team doktoren klaar. Ze prikken in z'n duim, leggen een ­infuus aan. Er wordt gesproken over een narcose om een hersenscan te maken. Dan draait hij langzaam met z'n hoofdje. Z'n armpje beweegt wat. Het leven lijkt terug te keren.

Als hij een paar uur later in diepe slaap verzonken is, zitten we met z'n drieën rond het ziekenhuisbed: papa, mama, Grote Broer. Die laatste kijkt even naar buiten. Ik kijk met hem mee. We zien de Arena liggen. Op een steenworp afstand. Drie, vier keer per week rijd ik hem naar het trainingscomplex van dit icoon in Zuidoost. Nu verblijven we met zijn broertje in dat andere icoon van dit stadsdeel: het AMC.

Wonderlijk hoe twee totaal verschillende werelden zo dicht bij elkaar kunnen liggen. Op beide locaties zijn kinderen aanwezig, maar hun verhalen kunnen bijna geen ­groter contrast vormen.

Het Kleine Broertje blijkt na uitvoerig onderzoek een klein weeffoutje in z'n dna te hebben, waardoor heel sporadisch uitvalsverschijnselen kunnen optreden. Dat heeft iets met het suikergehalte in zijn hersenen te maken.

Heel vervelend, maar godzijdank goed mee te leven. Als hij de volgende dag het ziekenhuis uithuppelt, stralen we van oor tot oor. Daar kan geen dribbel tegenop.

Cabaretière Ellen Dikker had heel lang niets met voetbal, totdat haar zoon werd gescout door Ajax. Iedere zaterdag schrijft zij in Het Parool een column over haar 'Kleine Messi'. Reageren? e.dikker@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden