Column

Ik begon met drugs, omdat ik vond dat ik te weinig problemen had

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (35) probeert in Het Parool van maandag, woensdag en vrijdag iets van het leven te begrijpen.

James Worthy Beeld Wolff

Donderdag las ik in Vrij Nederland het voortreffelijke gedenkschrift van journalist Esma Linnemann. In het stuk kijkt Linnemann openhartig terug op haar drugsverleden. Ze praat met vrienden en klasgenoten over de zelfgecreëerde mist van poedertjes en pilletjes.

Waarom kon niet iedereen de mist bedwingen? Waarom zag ze aan de ene kant mensen die in een zelfgecreëerde mist konden verdwalen en waarom zag ze aan de andere kant mensen die ongrijpbaar leken te zijn voor de grijparm van waanzin?

Ik begon ooit met drugs, omdat ik vond dat ik te weinig problemen had. Het was allemaal bijzonder cliché. Ik had Less than zero gelezen en dacht een soort diepgang te kunnen vinden in een halfslachtige queeste naar zelfvernietiging. Mijn gebrek aan problemen liet mij namelijk geloven dat ik nog een kind was, want alleen kinderen konden onbekommerde levens leven. Ik wilde volwassen worden. Ik wilde problemen. Ik wilde een vliegtuigcrash, maar kreeg enkel turbulentie. Dus stopte ik vrij snel weer met drugs.

Tien jaar later begon ik weer, maar niet omdat ik iets wilde vinden. Al mijn vrienden gebruikten, behalve ik, dus ik was tijdens het stappen een soort oppas. Ik was de parachute van mijn vrienden. Als ze te hard gingen, trok ik aan het touwtje.

Een nachtelijke schapenherder, dat was ik, totdat ik het zat was en een keer met ze mee naar de wc ging. Daar stonden we dan. Vier volwassen mannen en een toiletpot. Een kampvuur van porselein. Vijf minuten later draaide ik het slot van de wc-deur open en stapte de wereld in alsof ik twintig tenen had. Ik had zo veel tenen dat ik niet meer kon wankelen. En al die kleuren, het was alsof de wereld een schilderij was dat voor mij was gerestaureerd.

Maar het allermooiste vond ik de broederschap. De gezamenlijke ongehoorzaamheid bracht ons dichter bij elkaar. Totdat we elkaar niet meer nodig hadden om ondeugend te zijn.

Sommige leden van onze band gingen ook solo optreden. Ik zag de ogen veranderen. Ik zag de onuitputtelijke afhankelijkheid. En het schuldgevoel. Ik zag volwassen mannen die geen moederdagcadeau konden kopen, omdat ze geadopteerd waren door de cocaïne. Het gebroken wit was voor twee van mijn vrienden niets meer dan een rode loper richting de afgrond.
Ik stopte met drugs toen ik werd ontslagen. Een vriend had een tafeltennistafel gekocht en we wilden gewoon even een uurtje tafeltennissen, maar zeventig uur later waren we nog bezig en ik weet eigenlijk nog steeds niet wie die wedstrijd heeft gewonnen.

Het mooiste aan het artikel van Esma Linnemann vond ik dat het genuanceerd was. Het was niet romantiserend en het was niet overdreven afschrikwekkend. Het was gewoon eerlijk. Drugs zorgen, zoals alles in dit leven, voor kortstondige schoonheid, maar ook voor absolute lelijkheid.
Mijn vriend sprak ooit een voicemail in toen hij niet alleen de weg, maar ook de rest van het aardoppervlak kwijt was. Ik heb zijn voicemail nog steeds, vooral vanwege de laatste zin.

"Het werd voor mij pas echt gevaarlijk toen ik dacht dat het ongevaarlijk was. Het echte gevaar zit in alles wat je ongevaarlijk acht."

james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.