Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

IJsvogels in het wild? Mij ontgaat wel meer tijdens een verblijf in de natuur

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

We liepen door een natuurgebied in de Achterhoek.

“Nou,” zei M, om zich heen speurend, “hier zouden wel eens ijsvogels kunnen zitten.”

“Welnee,” antwoordde ik weer veel te snel, “er zijn hier geen steile oevers.”

M. keek me verbaasd aan. “Weet jij nu opeens alles over ijsvogels?”

Ik mompelde wat, en haalde mijn schouders op.

“Hier zitten in elk geval geen ijsvogels.”

“Daar een oever, en daar een oever, en daar een oever,” wees M.

“Dat zegt niets.”

“Je bent net je vader met je eigenwijze geleuter.”

“Geen vliegende edelstenen hier, hoor,” zei ik. “Echt niet.”

“Vliegende edelstenen?”

“Hun bijnaam, heb ik in een boek gelezen,” zei ik.

“Ja, het zal wel eens niet,” zei M.

Het waarnemen van een ijsvogel is geen alledaagse gebeurtenis, vertelde M. Ze had er nog nooit een in het wild gezien. Ik ook niet, maar mij ontgaat dus wel meer tijdens een verblijf in de natuur.

We hadden een dag eerder op de Veluwe al een wild zwijn gezien dat opeens ons pad kruiste. Ik wilde al doorlopen, maar M. hield me tegen, en wees. Toen pas zag ik het gevaarte. Ik geloof ons eerste zwijn dat we van zo dichtbij aanschouwden.

Bep verdween met de staart tussen haar benen achter ons. We bleven staan.

“Niks aan het handje,” zei ik zacht, “volgens mij zijn er nog geen jonkies geboren.”

M. keek me fronsend aan. “En dan zou ie niets doen?”

Het zwijn knorde wat en liep toen door.

“Als je nu zegt dat dat een radiografisch bestuurd wild zwijn was, timmer ik je op je smoel,” zei M.

In het park in de Achterhoek geen zwijnen. Eenden, loslopende honden. Ik was het onderwerp ijsvogel alweer vergeten, ik dacht aan de verhalen van Isaak Babel over Odessa die ik weer eens zou willen lezen. Prachtige verhalen. Stalin heeft Babel laten executeren, alleen zijn brilletje is bewaard gebleven.

Ik voelde een hand in mijn arm knijpen.

M. begon op en neer te springen en slaakte gilletjes als een bakvis die opeens een popster tegen het lijf loopt.

“Daar! Daar! Een ijsvogel!”

Ik had het weer gemist. Ik was graag de eerste geweest, om dan een draai aan mijn oeverloze gedram te geven, maar helaas.

“Oohhh, en nog een, kijk dan, daar, op die tak boven het water. Twee ijsvogels, een paartje!”

Die tweede had ik ook niet gezien.

Ik zei maar niet dat het opgezette ijsvogels waren, daar op die takken.

Het blauw en het roestkleurige van de veren, de lange, dikke snavel. Best een mooi vogeltje eigenlijk.

M. maakte foto’s.

Ik trapte op een tak, die brak.

De vogels vlogen niet meteen weg, alsof ze zich nog even in al hun glorie speciaal aan M. wilden presenteren. Toen doken ze van de tak en zweefden ze weg over het water, in de richting van een steile oever, echt zo’n oever uit het boekje.

M. keek me alleen maar aan, glimlachte gelukzalig, en borg haar telefoon op in haar jaszak.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden