null Beeld Sjoukje Bierma
Beeld Sjoukje Bierma

IJskoude kikkerpis, dat wilde ik wel eens meemaken

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

Er zit er één bij die ik al twee nachten boven alles uit hoor.

Zijn lokroep is bijna oorverdovend. Ik meen er iets van Miles Davis in te herkennen.

Ze hebben me al twee nachten achter elkaar in slaap gekwaakt, de kikkers in het water van de Oosterringdijk. Ik kan me niet herinneren dat ze er vorig jaar waren, maar dat zal wel iets met corona te maken hebben.

De hond, die nooit iets te pakken krijgt, stond gisteren bij een kikker in het gras die niet in het water was gevlucht. Ze snuffelde wat, en liep toen kwispelend bij het beestje weg.

Op Lusignan, het stuk land van Michael en Maria in een buurtschap in Lot et Garonne waar we een aantal zomers een huisje met blauwe luiken huurden, hielden de kikkers ons ook uit de slaap. In de zomerse avondschemering heb ik met mijn dochters kikkers gevangen in de vijver. Met een netje. (Ik wilde zeggen zo’n netje waarmee Nabokov op jacht ging, maar de Rus zat achter vlinders aan. Maar zo’n soort netje was het wel.)

De kikkers – ik herinner me dat Jongste Dochter een grote pad vond die ze op haar hoofd zette om mij daar een foto van te laten maken, wat ik ook deed – gingen in een emmer met water, deksel met gaatjes erop, en een nacht in de schuur. De volgende dag ging Maria met de dochters de kikkers uitzetten in een vijver verderop.

Michael meende later in de week dat er zeker vier of vijf mannetjes de weg naar de vijver hadden teruggevonden. Hij herkende hun gekwaak. Hij had in gedachten wedstrijden met kikkers te organiseren. De kikker als postduif. Het is er geloof ik nooit van gekomen.

Ik liep naar de plek waar de hond en de kikker elkaar niets hadden aangedaan.

Het was een grote, groene kikker. Misschien was het wel die nachtelijke schreeuwlelijk.

Ik wilde de kikker pakken.

Ik was benieuwd. Had er over gelezen in een roman van Lars Gustafsson. Hoe de onderwijzer Westin in het hoge gras zijn handen tot een schaal vouwt en de kikker daarin laat springen.

‘En toen piste hij opeens, zo in mijn handen.

Ik geloof dat niet veel mensen dat hebben meegemaakt.

Kikkerpis is ijskoud. Ik was zo verbaasd dat ik mijn hand opendeed en hem weg liet springen.’

Ik vind dat een bijna magische passage, en die kikkerpis zoiets als een geheimzinnig elixer (alhoewel Westin niet lang meer heeft te leven).

IJskoude kikkerpis. Nog nooit gevoeld, en er nog nooit iemand over gehoord.

Dat wilde ik wel eens meemaken. Of zou het een fabeltje zijn van de fictieschrijver?

De kikker zat er nog.

Langzaam kwam ik naderbij, geen idee van tactiek, want in mijn jeugd nooit kikkers gevangen.

Ik kwam tot een centimeter of vijftig.

Toen blafte de hond en sprong de kikker in het riet. Zonder gebrul.

Een anticlimax, die mij toch niet verbaasde.

En zo blijft het verhaal van die ijskoude kikkerpis vooralsnog een mare.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden