Maarten Mol Artikel Beeld Sjoukje Bierma
Maarten Mol ArtikelBeeld Sjoukje Bierma

Iets in de man trok me aan – misschien was het zijn witte broek

PlusMaarten Moll

Maarten Moll

In het Wertheimpark zat een man op een bankje.

Ik keek hem vanaf de fiets op de rug. Zo te zien was hij helemaal in het wit gekleed. De man keek voor zich uit over het water van de Nieuwe Herengracht.

Nadat ik mijn fiets aan het hek had vastgemaakt liep ik het park in, want iets in de man trok me aan. Misschien zijn witte broek.

Ik heb nooit een witte broek gehad. Je loopt ermee te koop, met zo’n witte broek. Vooral als er dingen op te zien zijn. Een vriend met wie ik eens lunchte, morste bramenjam op zijn rechterbovenbeen en liep de rest van de middag met een vlek door de stad. Hij deed alsof het hem niets kon schelen, en hij was wel zo slim om niet in de vlek te gaan wrijven. Toch werd hij als een melaatse aangegaapt en nagewezen.

Ik liep eerst langs het Auschwitzmonument van Wolkers, om de man van rechts te naderen. Een kleine, kortharige hond met een van kwijl doortrokken natte tennisbal in de bek liep even met me mee.

Nog een paar meter. Even dacht ik dat het de man uit café Krom was, die ik nog nooit zonder witte broek had gezien, maar deze man had langer haar.

Ook meende ik even dat het mijn vriend Hartjes was die daar zat, en dat hij nu in zijn witte periode zat. Ik ben hem eens op de Blauwbrug tegengekomen toen hij een rood spijkerpak droeg. Rood overhemd met ruches eronder. Twee ringen met rode stenen aan zijn linkerhand. Hij vertelde over de magie en het verhevene van de kleur rood. Toen ik een kwartier later op een terras vroeg waarom hij dan witte wijn dronk, werd hij kwaad. Ik zou hem niet serieus nemen.

Ik was een beetje terzijde gaan staan en kon nu ook het gezicht van de man zien.

Het was niet Hartjes die daar zat.

Het was meer dat ik een oude uitvoering van John Lennon zag zoals hij volledig in het wit gekleed op de hoes staat van Abbey Road.

Complotdenkers opgelet. Op die hoes zouden aanwijzingen te vinden zijn dat Paul McCartney op 27-jarige leeftijd zou zijn overleden bij een auto-ongeluk, en dat het zijn dubbelganger is die daar op het zebrapad loopt. In mijn jeugd ging dat verhaal rond en mijn twee broers, Beatlesfans, waren daar erg mee bezig. Ze hadden een radioprogramma over die mysterieuze zaak opgenomen en gingen alle aanwijzingen na.

Ze maakten nog weken ruzie omdat de een het wel geloofde en de ander niet. Er kwam een lelijke scheur in de hoes van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band.

Nee, daar zat natuurlijk niet de oude John. De man veegde de haren achter zijn oren. Er zat een grote wijnvlek op zijn rechterwang. Op zijn schoot lag een boek met een zwart omslag. Ik moest denken aan de witte wijn van Hartjes, en glimlachte.

Ik hoorde iets achter me. Het kortharige hondje kwam aangerend, vlak voor het bankje stopte hij abrupt. Daarbij schoot de tennisbal uit zijn bek. Die rolde, glinsterend van het slijm, door tot voor de voeten van de man in het wit. Met een subtiele beweging van zijn voet gaf hij de bal een tik.

De hond begon zacht te janken.

Maarten Moll schrijft over dagelijkse beslommeringen in de stad. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? m.moll@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden