Femke van der LaanBeeld Agata Nowicka

Iedereen zou denken dat ik het helder zag

PlusFemke van der Laan

De terrasstoelen staan opgestapeld op het plein. Het zijn scheve torens. Aan de onderkant zijn ze recht, maar ergens halverwege worden de stapels schuiner. Ze buigen allemaal naar links. Alsof het heeft gewaaid vannacht. Vanuit het zuiden.

Het is nog vroeg in de ochtend. De cafés op het plein worden schoongemaakt. Af en toe zie ik iets bewegen binnen, achter het glas, en net kwam er een man met vuilniszakken naar buiten. In elke hand twee. Een vrouw lapt het grote raam van het restaurant op de hoek. Hiervoor veegde ze de stoep, tussen de torens en de tafels, nu gaat ze met een wisser over het raam. Heel precies. Ze ziet eruit als een chirurg. De plastic handschoenen, het mondkapje, haar bewegingen. Het raam wordt schoon. Helder. Ze is een goede arts.

Zojuist zag ik even haar gezicht. Ze keek om. Ze ziet eruit als iemand die trucjes kent. De fijne kneepjes. Als ik haar zou vragen hoe ze het doet, zo streeploos, zou ze vast iets zeggen als ‘bakpoeder, gewoon de goedkoopste, een theelepel of twee’. Of: ‘een vitamine C-bruis­tablet’. Ze blijft tenslotte een dokter. ‘Multivitamine kan ook, maar liever vitamine C, want die zijn zuurder, snap je?’ Ik zou knikken en zeggen dat ik het snapte: die zijn zuurder. Vervolgens zou ik het zelf nooit proberen, maar wel aan iedereen vertellen die het maar horen wilde: een bruistablet, liefst vitamine C, vanwege het zure, snap je? Dan zou er naar mij geknikt worden en iedereen zou denken dat ik de fijne kneepjes kende. Dat ik de schoonste ramen van de stad had. Dat ik het allemaal helder zag. Streeploos.

Ik zie mezelf weerspiegeld in het glas. Linksonder. Daar zit ik. Daar is ze begonnen. Met elke haal van haar wisser wordt er tussen de torens door een stukje meer zichtbaar van wat er achter mij gebeurt. Bovenaan zie ik de blauwe lucht, de groene blaadjes van de bomen, onderaan het glas parkeert een auto in, probeert een man een grote tas onder zijn snelbinder te duwen. Van rechts naar links beweegt het silhouet van een vrouw die in haar telefoon zegt dat het zo druk is op haar werk. Het plaatje wordt steeds groter. Er wordt steeds meer schoon. Tot rechtsonder.

Na de laatste haal doet de vrouw haar handschoenen uit. Ze legt ze boven op een van de torens. Ze kijkt naar het raam, haar hoofd een beetje schuin, naar links. Even lijkt ze op een stapel stoelen. Dan draait ze zich om.

“Mooi, hè?” De vrouw steekt haar duim naar me op.

Mijn duim gaat ook de lucht in. Ik knik. “Streeploos,” roep ik terug.

Dit is de laatste bijdrage van Femke van der Laan in PS. Vanaf 13 juni verschijnt haar column in de zaterdagkrant. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden