James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Iedereen verdient geld aan de stad, behalve de stad zelf

Plus James Worthy

Een lege verhuiswagen staat voor het nieuwe huis van mijn beste vriend. We staan samen in zijn voortuin. Uitgeput leunen we tegen de fontein aan.

“Je hebt gewoon een fontein in je voortuin.”

“Dat heb ik altijd al gewild.”

“Ik heb je nog nooit over fonteinen horen praten en ik ken je al sinds altijd.”

“Over mijn echte dromen praat ik niet graag.”

“Dat weet ik, maar kom op, een fontein?”

“Mensen veranderen, Jim.”

“Nee, mensen willen veranderen. We willen geloven dat we het kunnen. Kijk naar ons tweeën. Zijn we echt veranderd sinds 1987? Jij bent nog steeds de drukke en ik ben de stille. Ik denk, jij doet. Jij leeft, ik droom. Ik ben de verdediger en jij bent de spits. Jij klimt in bomen, ik bewaak de boom. Ik ga je missen, man.”

“Waarom ben je zo bang voor verandering?”

“Omdat ik wil dat alles hetzelfde blijft. De onbetaalbare dingen dan. Onze vriendschap hoort in een kluis te liggen. Samen met een contract waarin staat dat we nooit mogen verhuizen.”

“Maar Amsterdam is te duur voor me.”

“Dat is niet de schuld van Amsterdam. Het zijn nooit de kunstwerken zelf die rijk willen worden. De mens is de pooier van alles wat schoonheid bezit. Iedereen verdient geld aan de stad, behalve de stad zelf. De stad is onschuldig. En wat krijgt de stad? Ze krijgt fietstunnels en nieuwbouw.”

“Ik ga jou ook missen, maar weet dat ik af en toe terugkom.”

“Ik weet hoe dat gaat. Je komt drie keer terug en daarna nooit meer. En ik zal begrijpen waarom je niet meer komt. Het contrast is te groot. De oorverdovende levendigheid die door de straten van Amsterdam raast. En hier hoor je niets. De vredigheid is hier op volledige oorlogssterkte.”

Hij pakt twee biertjes uit een koelbox en komt weer naast me staan.

“Het is hier wel mooi, toch? Ik heb dit nodig. De stad was niet goed meer voor mijn hoofd. Soms maak ik van een lege envelop een boodschappenlijstje en dan kom ik er na een tijdje achter dat niet alle boodschappen op de envelop passen. Zo voelde het de laatste jaren voor me in de stad. Er was alleen nog maar ruimte voor kleine lettertjes en afkortingen. Hier is plaats voor koeienletters en kalligrafie. Om eerlijk te zijn, denk ik dat jij hier ook gelukkig kan worden.”

“Iedereen kan overal gelukkig worden. Ik hier dus ook. Kijk al die slootjes. Dat zijn de neefjes van de grachten. Alles kan een thuis worden, zonder twijfel, maar ik denk verder dan dat. Ik zoek niet alleen naar een thuis, maar ook naar een plek waar ik zou kunnen sterven. Dat is ook wat een thuis is. En dat huis heb ik nu. Ik heb er de liefde gevonden, een kind verwekt, een kind gekregen en ik wil er nog zeker vijftig jaar wonen. En dan staat er opeens een lange, zwarte auto in onze straat. Voor ons huis. Het huis waar ik altijd vrolijk wakker werd. Het huis waar ik leerde wat leven was. Zou jij in Broek in Waterland kunnen sterven?”

“Dat weet ik nog niet. Ik ben pas veertig jaar oud. Ik weet alleen dat ik blij ben met mijn fontein.”

“En terecht. Het is een mooie fontein. Ja, kijk hem eens stralen.”

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden