Theodor Holman. Beeld Artur Krynicki
Theodor Holman.Beeld Artur Krynicki

Iedereen speelde alsof het normaal was, een busreisje naar het einde

PlusTheodor Holman

Theodor Holman

Feest op het Rode Plein.

Haar land was groter geworden.

Het is toneelspel, maar het is geen toneelspel, dacht ze. De zin doolde rond in haar geest.

“Mam, het komt goed,” had hij gezegd, “let jij nou maar op Irina en de kinderen.”

Haar kleinkinderen hadden vlaggetjes in hun handen en zwaaiden naar het toneel. Haar schoondochter had ook een blije lach op haar gezicht. Zou ze het vragen? Ze kon het niet. Niet waar de kinderen bij waren.

Om haar heen waren allemaal blije mensen.

Ze dacht weer aan hem: een goed stel hersens, sportief. Hij kon goed leren en ook op de universiteit was hij populair. Ook hij zat in een band. Ze had hém liever op het toneel gezien, dan deze jongens die er misschien onderuit konden komen.

Haar schoondochter lachte weer en maande de kindertjes aan met hun vlaggetjes te zwaaien.

Niet aan denken hoe ze van elkaar afscheid namen. Niet aan denken hoe hij in de bus stapte, achterin ging zitten en alleen maar naar de kinderen keek. Iedereen speelde alsof het normaal was, een busreisje naar het einde van de stad – laat dat ‘van de stad’ maar weg – of hij morgen zou terugkeren, of er niets aan de hand was en of hij zijn kinderen morgen weer naar school zou brengen. Naar zijn moeder keek hij niet, maar dat begreep ze. Zij stond naast de andere moeders die vaak tevergeefs de aandacht van hun zonen probeerden te trekken. Er werd hier en daar gehuild maar dat viel de kinderen gelukkig niet op.

“Moeder, waar ga je heen?” vroeg haar schoondochter.

“Ik ga naar huis, ik heb last van diarree.”

“Kom je terug?”

“Dat ligt eraan... Ik kijk wel op tv.”

Ze gaf de kindjes een knuffel en baande zich glimlachend een weg door de menigte.

Thuis liet ze de televisie uit.

Ze ging op bed liggen.

Even dacht ze erover om na al die jaren zijn vader te bellen, maar het zou best kunnen dat die ook moest dienen. Misschien was hij al ergens aan het vechten, hij woonde tenslotte in het koude noorden.

Ze viel in slaap, maar werd wakker door haar mobiele telefoon.

“Moeder, ik ga met de kinderen en wat vriendinnen nog wat drinken. Ik kom dus niet thuis eten.”

“Is goed.”

“Hoe voel je je?”

“Het gaat alweer. Was het nog leuk?”

“Ja... We gaan nu wat drinken. Dag.”

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden