Beeld Artur Krynicki

Iedereen heeft een kookboek, waarom zou ik achterblijven?

PlusNico Dijkshoorn

Een week geleden heb ik een gerecht uit het nieuwe kookboek van Ottolenghi klaargemaakt. Ik moest bijna drie uur lang een selderijknol roosteren. Dat was het eigenlijk. Ik ben op een visstoeltje voor mijn oven gaan zitten en las de Story. Daarin stond dat Nico Dijkshoorn halfnaakt door plantsoenen scharrelde, op zoek naar mensen die hem nog kenden van de televisie. Ik schrok, want ik was zelf een Nico Dijkshoorn.

Het ging, volgens de Story, niet goed met mij. Ik kon dat nu wel gaan ontkennen, maar intussen zat ik wel voor mijn oven naar een selderijknol te kijken. Misschien moest ik het tijdschrift gewoon waar voor zijn geld geven en, gekleed in een rare tuinbroek, de in plakken gesneden knol proberen te verkopen op straat. ‘Even opbakken, dan komen alle smaken weer terug.’

Dat was voor mij wel een ontdekking, toen ik een paar jaar geleden kookboeken ging lezen: veel eten wordt eerst gebakken. Meesterkok Joris Bijdendijk doet dat ook. In deze krant schrijft hij een veelgelezen rubriek waarin verbazingwekkend veel wordt opgewarmd en opgebakken.

Ik las zijn stukje over de perfecte tosti. Een hoop gedoe met pannetjes, gesmolten kaas en goed opletten, terwijl ik zelf de allerlekkerste tosti ooit onder mijn bankstel vond. Dat kookboek wil ík gaan schrijven, over dronken eten.

Ik ga het boek Dronken Thuiskomen Met Lekkere Trek noemen. Het eerste recept: ‘Hoe schep je ijskoude babi pangang uit een witte doos?’ Daarna een lijst met dingen die je niet moet doen. ‘Niet overmoedig worden met drie flessen omfietswijn in je mik en om half vier ’s nachts, heel hard zingend, je aanrecht bestuiven met bloem. Geen half literpak melk in je airfryer zetten. Kook macaroni eerst voordat je het eet.’ Dat soort weetjes.

Iedereen heeft tegenwoordig een kookboek, dus waarom zou ik dan achterblijven? Er zijn nog zo veel doelgroepen die nu helemaal niet worden bereikt. Koken voor mensen die graag naar passerende boten kijken en dan zwaaien en dat die mensen op de boot denken, kende ik die man nou? Dat boek is er nog niet. Twee maanden later het kookboek Koken voor cabaretiers. ‘Pak de aubergine en verzin een grap over een paarse lul met groen schaamhaar. Oefen die grap. Praat steeds harder zodat iedereen weet dat je het grappig bedoelt.’

Maar nog even over die selderijknol. Ik moest hem van Ottolenghi serveren met kleine stukjes geitenkaas in geblancheerde koolbladeren. Ik vond dat moeilijk. Het voelde tegennatuurlijk. Alsof ik een virusontkenner heel voorzichtig een gezellig hoedje op zijn hoofd zette.

Nico Dijkshoorn schrijft twee keer per week een column voor Het Parool, en spreekt zijn bijdragen ook in.

Reageren? n.dijkshoorn@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden