Opinie

‘Hysterische correctheid: Cliteur veroordeeld tot brandstapel’

Er lijkt een onredelijke heksenjacht te zijn ontketend op de Leidse professor Paul Cliteur. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Er lijkt een onredelijke heksenjacht te zijn ontketend op de Leidse professor Paul Cliteur.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Hoogleraren, zoals Paul Cliteur, moeten niet beperkt worden door universiteiten in wat zij zeggen en denken, stelt rechtsfilosoof Hakan Külcü. Vrijheid van meningsuiting – van politiek links tot rechts – is een belangrijk goed.

Professor Paul Cliteur is de afgelopen week op de drift van de publieke verontwaardiging tot de brandstapel veroordeeld, als een soort Giordano Bruno, die voor zijn vrije denken door de inquisitie in 1600 werd verbrand. Een grote politieke storm laaide op, waarin dus ook de Leidse hoogleraar en (voormalig) senator van Forum voor Democratie terecht is gekomen. De (bewerkelijk) antisemitische uitlatingen van Baudet, een voormalige pupil en vriend van professor Cliteur, zijn door vriend en vijand (terecht) bekritiseerd. Die politieke commotie waaide echter al snel over naar het academische leven van de hoogleraar. Het verwijt aan zijn adres is dat hij zelf ook antisemitisch en xenofoob is.

Je uitspreken tegen antisemitische overtuigingen is naar mijn inzicht iets onmiskenbaar goeds. Maar in de nasleep van de recente ontwikkelingen lijken twee motieven een onredelijke heksenjacht op de Leidse professor te hebben ontketend.

Een eerste motief vloeit voort uit de hysterische angst van buitenstaanders om zelf als politiek incorrect te worden gebrandmerkt, waardoor men zich kennelijk gedwongen voelt zich publiekelijk te distantiëren – een hysterie die ons maatschappelijk lichaam al enige tijd in zijn greep houdt.

Het andere motief vloeit voort uit de intense antipathie die leeft bij politieke en academische tegenstanders van Cliteur en de zijnen. Want prof. Cliteur is vanuit zijn uitgesproken verlichtingsidealen ontegenzeggelijk verwikkeld in een ideologische strijd met de politieke islam en met wat hij het cultuurmarxisme noemt, waarmee politieke correctheid, multiculturalisme en identiteitspolitiek geassocieerd worden.

Ik kan de hoogleraar echter niet betrappen op iets dat in de verste verte lijkt op antisemitisme. Ik zie hiervan geen sporen in zijn werk en voordrachten. Nergens in deze actuele en verhitte casus heb ik ook maar een begin gezien van een concrete aanwijzing dat Cliteur zich achter de gewraakte woorden van Baudet zou scharen. Integendeel, hij verwerpt deze uitdrukkelijk. Laten we de ontstane hysterie dus temperen en in elk geval de presumptie van onschuld betrachten. Dit alles laat natuurlijk onverlet dat het wellicht niet geheel verstandig was van de hoogleraar om zich in zijn algemeenheid dusdanig te binden aan Baudet, die nogal lijkt te neigen naar het bruuske en groteske.

Woke culture

Waarom vind ik deze actualiteiten zo belangrijk? Omdat dit incident voor mij weer de macht van de hysterische politieke correctheid – die men ook wel woke culture is gaan noemen – aan het licht brengt. Mij is het in deze casus vooral ook te doen om het algemene goed van de Universiteit.

De Universiteit als idee, welteverstaan. Want de Universiteit staat voor waarheidsvinding. Waarheidsvinding op het gebied van de menselijke aangelegenheden kan echter alleen gedijen waar de vrijheid bestaat om verschillende, tegengestelde en vooral ook gevoelige zienswijzen te laten botsen. Want de wrijving daarvan brengt ons tot meer genuanceerde, diepere en dus veranderende inzichten. Wat wij dus vooral niet moeten willen is dat welmenende politieke correctheidsridders het vrije publieke debat smoren vanuit een inclusie-ideaal ten aanzien van allerhande minderheden – waaronder de lhbtq-gemeenschap en de moslims – en het beschermen van hun gevoeligheden.

Uit Plato’s dialogen kunnen we namelijk al opmaken dat debatten over belangrijke onderwerpen gepaard gaan met hevige emoties. Er kleven nu eenmaal gevoelens aan belangrijke onderwerpen, juist omdat ze zo belangrijk zijn. Daarom kunnen onze persoonlijke opvattingen zich ook slechts verder ontwikkelen als we geconfronteerd worden met andere visies die ons eerst vaak steken.

Vandaar dat ik ervoor pleit dat allerhande prenten en cartoons getoond moeten kunnen worden. En dat alle onderwerpen, waaronder ook dat van God – anders dan de partij Denk meent – in een volwassen cultuur bekritiseerd en besproken moeten kunnen worden. Indien men het niet eens is met een prent of met kritiek, dan dient men de eigen argumenten, zienswijze en prenten daartegenover te stellen.

De tijd van ongereflecteerd belijden in de eigen bubbel is voorbij. Van verhitte beschaafde debatten leren wij meer dan van ridders die onze gevoeligheden op grond van porseleinen inclusie-idealen willen beschermen. Dit is dan ook de klassieke academische wijze. Bovendien snijdt dit mes aan twee kanten. Indien je zelf de vrijheid wenst om religieuze en traditionele opvattingen te uiten die anderen onwelgevallig zijn, dan geldt ook dat je dient te accepteren dat anderen zich onwelgevallig over jouw opvattingen kunnen uitlaten. Ik sta dus hartgrondig achter de houding van verlichtingsdenker Voltaire (het citaat is overigens van zijn biograaf Hall): ‘Ik ben het niet eens met wat u zegt, maar ik zal het recht om het te zeggen tot de dood toe verdedigen.’

Jordan Peterson

In het licht van deze klassieke academisch wijze heb ik mij aan universiteiten ontwikkeld van een jonge afvallige denker die de islam bekritiseerde tot een meer volwassen denker die de schone en diepzinnige kanten van de islam en de monotheïstische tradities thans een zeer warm hart toedraagt. En dit alles dus juist vanwege de academische vrijheid die een confrontatie van verscheidene denkbeelden mogelijk maakt aan de afdeling Rechtsfilosofie te Leiden. Daar bleek voor mij dat de zinnige denkbeelden van Plato en Aristoteles een grote invloed hebben uitgeoefend op grote islamitische en joodse denkers als Avicenna, Rumi, Maimonides en Averroes.

Wij hebben als mens behoefte aan dergelijke botsingen van zienswijzen tussen Links en Rechts, Oost en West, Traditie en Moderniteit met betrekking tot de grote vragen des levens. Daartoe is nodig dat alle zijden in het debat de gelegenheid krijgen. Dus ook die standpunten die de politiek-correcte inclusieridders, met al hun welwillendheid om minderheden te beschermen, willen smoren door mensen als prof. Cliteur, maar ook wereldberoemde denkers als Jordan Peterson, monddood te maken.

Willen wij dus de idee van de Universiteit levend houden en niet achterblijven met gebouwen die slechts de naam universiteit dragen, dan dienen wij dit veelkoppige monster van de hysterische politieke correctheid te temperen en ruimte te bewaren voor de veelstemmigheid van het denken.

Sapere aude! – Durf te denken!

Hakan Külcü

Strafrechtadvocaat, rechts­filosoof, columnist, rondt binnenkort zijn rechtsfilosofische PhD aan Universiteit Leiden af.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden