James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Hun stairway to heaven begon in de kelder van de hel

Plus James Worthy

Zo’n twintig jaar geleden zijn mijn vader en ik op zoek geweest naar het graf van zijn grootvader. Een korporaal in het vierde bataljon van The King’s Regiment (Liverpool). We reden door Noord-Frankrijk en gingen van dorpje naar dorpje. Forceville. Bertrancourt. Sailly-au-Bois. Albert. Het was zomer. Af en toe namen we een pauze. Dan namen we plaats aan een picknicktafel naast een departementale weg. Daar aten we stokbrood met ham en dronken we Orangina uit de fles.

De opa van mijn vader stierf op 17 juli 1916. Hij was op dat moment 34 jaar oud. Hij stierf net ten zuiden van Fricourt met vier andere leden van zijn eenheid. Hij was niet alleen. De dood was een teamsport.

Ik weet nog dat we op dag drie wakker werden en dat ik geen zin meer had in de zoektocht van mijn vader. Het was vakantie. Ik wilde flipperen. Ik wilde met Franse meisjes tongzoenen. Ik wilde niet geconfronteerd worden met de dood. Met de godsgruwelijke Slag aan de Somme.

Uiteindelijk kwamen we uit bij het Thiepval Memorial. Het grootste Britse oorlogsmonument ter wereld. Een triomfboog van bakstenen. Meer dan 45 meter hoog. In de pilaren van het bouwwerk staan de namen van 72.000 soldaten gegraveerd.

Mijn vader ging alle pilaren af en af en toe hielp ik mee. Maar ik was vooral in de verte aan het staren. Het monument ligt op een heuvelrug en in de verte kun je het slagveld zien liggen. Ik keek naar het oude slagveld. Naar het groene gras dat het verleden verbloemde. Dat walgelijke, groene, leugenachtige gras. Er was geen bloed meer te zien. Wel een paar kraters. Ik zag de opa van mijn vader lopen. Een lieve man met een rugtas en een wapen. Bange ogen, moedig hart, al dagen niet geslapen. Korporaal James Pugh. Registratienummer 6719.

Gisteren zag ik mijn overgrootvader weer lopen. Maar dit keer in de bioscoop. Dankzij de film 1917 kon ik zien wat hij zag. Weinig gras. De overtreffende trap van waanzin. De gore zinloosheid. De oneerlijkheid. Jongemannen die de plannen van oude mannen uitvoerden en stierven. Loopgraven vol twintigers die niet wisten dat ze naar hun graf liepen. Hun stairway to heaven begon in de kelder van de hel. Rottend mensenvlees. Stapels lijken die op oorlogsmonumenten leken. Pilaren van jongens die gewoon wilden flipperen.

We vonden hem net voor sluitingstijd. Mijn vader moest huilen toen we de naam van zijn opa op het monument zagen staan. En ik hoop dat hij ons op dat moment ook vond. Zijn familie. Een bataljon van mensen dat hem nooit zal vergeten. Mijn vader ging met zijn hand over de witte pilaar. En ik ging met mijn hand over zijn hand.

Nadat we zijn opa hadden gevonden, aten we hamburgers in de McDonald’s te Bapaume. Om 19.16 reden we terug naar onze camping.

De volgende dag heb ik met Aurélie getongzoend.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden