Theodor HolmanBeeld Artur Krynicki

Huis in brand? De kindertekeningen gaan mee

PlusTheodor Holman

In de brievenbus vind ik twee kindertekeningen.

Ze zijn voor opa en oma.

Achterop staat: ‘Dank voor jullie cadeautjes.’

Verder had een van de kinderen een poging gedaan ‘corona’ te schrijven.

Alle grootouders zijn geroerd door een tekening van hun kleinkinderen, maar mij werden twee zaken onontkoombaar duidelijk.

Eerst het bekende dilemma: ‘Wat neem je mee uit je brandende huis?’

Die kindertekeningen dus. Hoe sentimenteel misschien ook. Ze zijn voor mij van grote waarde. Ofschoon ik ‘troost’ een sleets begrip vind geworden – alles, van rotmuziek tot rotschilderijen, geeft tegenwoordig maar troost – deze tekeningen geven ware troost, mocht je verdrietig zijn of je eenzaam voelen. Je hebt door die hulpbehoevende lijnen die opa, oma en Koos verbeelden geen absoluut recht meer op verdriet of eenzaamheid. Die tekeningen zijn van familie voor familie. Die tekeningen zijn een contract waarin wordt bevestigd dat we van elkaar houden, dat ze aan me denken, dat we één zijn zonder dat zoiets uitgesproken hoeft te worden. Het zijn relieken, heilige voorwerpen die als iconen aan de muur worden geplakt.

Verder besef je dat ambitie, rancune, idealisme en al die andere drijvende krachten als je jong bent, uiteindelijk nergens op slaan. Geen mens van onder de vijftig, zestig zal dat beamen. Men wil wat neerzetten, wat ook goed is. Maar om met Toon Hermans te spreken: ‘Wat heb je aan je miljoenen, Piet/ Als je pissen moet en je kan het niet.’

Ik hoorde afgelopen dagen zo vaak zeggen dat men verlangde naar… vul maar in: de kapper, de sportschool, een terrasje, vakantie, het café. Men kon niet wachten, en deed dat ook niet. O ja, men had ook ‘huidhonger’ – wat ik geen mooi woord vind, meer iets voor kannibalen dan voor mensen die elkaar enige tijd missen. Ik heb meer kuslust en vasthoudbehoefte. Niet te lang, maar om me verbonden te voelen met wie ik liefheb.

Al die stomme verlangens worden door die kindertekeningen in een ander perspectief geplaatst. Ik wil best nog een jaar in quarantaine leven en afzien van kappers, cafés, terrasjes en sportscholen, als ik daarna mijn kleinkinderen en kind maar kan omhelzen. Woordloos. Want je wilt ze even stevig bezitten, heel kort maar, ze beademen met mijn kussen bij wijze van zegen. Ik wil expres door ze ontroerd raken.

Vertrouwdheid is een van die merkwaardige veronachtzaamde bouwstenen waardoor je leven zin krijgt. Kinderen zijn schreeuwende brutale heiligen.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden