Johan Fretz Beeld Artur Krynicki
Johan FretzBeeld Artur Krynicki

Hugo de Jonge dacht even dat hij Barack Obama was

PlusJohan Fretz

‘Met deze uitslag hebben de leden laten zien hoe groot hun waardering is voor beide kandidaten,” zei de kersverse CDA-lijsttrekker Hugo de Jonge op het podium. Misschien moet iemand hem uitleggen dat er letterlijk nul CDA-leden op allebei de kandidaten hebben gestemd. Uit de extreem gespleten uitslag blijkt vooral hoe verdeeld de partij is.

Het partijkader heeft hemel en aarde bewogen om De Jonge in het zadel te helpen. Waarom eigenlijk? Wat was er zo bedreigend aan Omtzigts kandidatuur? Was het zijn authenticiteit? Het feit dat hij het zuiver controleren van de macht altijd verkiest boven het partijbelang? Dat hij zich in dossiers vastbijt, zoals je eigenlijk van elk Kamerlid mag verwachten? 

Dat hij onrechtvaardigheid bestrijdt, ook als dat betekent dat zijn partijvrienden in de coalitie daarmee in de problemen komen? Zonder last, zoals in de grondwet is vastgelegd. Dat zo’n Kamerlid de alarmbellen doet rinkelen bij de gehele CDA-top, laat vooral zien hoezeer veel politieke partijen zijn weggedreven van hun idealen en kerntaken.

Hebben ze nu echt niet door dat zij en hun voormannen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken? Overal diezelfde poenerige, marineblauwe pakken, allemaal die handen in elkaar vouwen, omdat de mediatrainer heeft gezegd dat je er als een debiel uitziet als je armen voor je lijf bungelen. Het is mijn club niet, maar met Omtzigt had het CDA in elk geval de focus op inhoud verkozen boven de ­holle persoonlijkheidscultus die al zoveel partijen teistert.

Pieter Omtzigt, dat is de verplaatsing van macht: van inwisselbare, buigzame achterkamermanagers naar de echte, onafhankelijke volksvertegenwoor­digers. Hugo de Jonge, dat is vooral de verplaatsing van lucht. Een bekwame minister, dat zeker, maar als politiek leider komt hij domweg tekort. Wie hem hoort praten, weet genoeg. Oude wijn. In nieuwe schoenen. De aloude platitudes over het midden, een excuus om maar niets te hoeven vinden, in de hoop iedereen te behagen.

Hugo had wel één nieuw idee: hij wil de migratie beperken. Wat een visionair. Migratiebeperking: daarover hadden we de afgelopen twintig jaar nog helemaal niemand gehoord. Natuurlijk praat Hugo ook vaak over: naast gewone mensen gaan staan. Politici die het over gewone mensen hebben, willen vaak vooral benadrukken hoe bijzonder ze zelf zijn. En waarom willen ze toch altijd naast je komen staan? Zit je net lekker een krentenbol te eten in je voortuin, komt Hugo de Jonge het grindpad op: ‘Dag, gewoon mens, wat zijn jouw zorgen?’ Op dat zalvende toontje, alsof je een kleuter bent. Laat me met rust.

Iedereen heeft door dat je met De Jonge nooit de grootste wordt, behalve het CDA-partijkader. Dat denkt dat ze Mark Rutte, de ultieme, gladde manager, kunnen verslaan met een nieuwe gladde manager.

“Wij doen dit als een team,” zei Hugo op het podium. Hij wenkte Pieter, maar er gebeurde niets. “Kom!” zei Hugo nog eens, zo joviaal als hij kon, maar de paniek stond in zijn ogen. Pieter kwam toch maar het podium op.

Hugo dacht dat hij Barack Obama was. Hij noemde Pieter zijn running mate. “Wij gaan dit samen doen. Op anderhalve meter natuurlijk.” Pieter wierp hem die mooie, schuchtere blik toe: hij zou er het liefst anderhalve kilometer van maken. Maar Hugo was nog niet klaar. “Als het had gemogen van het RIVM, dan had ik hem een knuffel gegeven.”

Niemand in de zaal lachte. Ze begrepen allemaal wat Hugo het liefst met Pieter zou doen. Daar is een woord voor: doodknuffelen.

Johan Fretz is schrijver en theatermaker. Hij heeft een wekelijkse column in Het Parool.

Reageren? j.fretz@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden