James Worthy. Beeld Agata Nowicka

Hugo Camps tikt geen columns, maar aanzoeken

Plus James Worthy

De NRC ligt voor me op de eettafel. Ik kijk naar de laatste column van Hugo Camps. Een jonger iemand zal hem gaan vervangen.

Ik probeer naar iets in zijn zinnen te zoeken. Naar achteruitgang. Naar een haperende zin. Naar onverschilligheid. Iets waardoor ik begrijp waarom hij zijn plek verliest. De plek die al sinds 1993 van hem is. Maar ik vind niets. Het is een prachtige column, met uitzicht op zee. Het alfabet danst nog steeds op zijn mooist voor de Vlaming. Maar een jonger iemand zal hem gaan vervangen. Dit gebeurt steeds vaker. De kranten zijn aan het verjongen. Botox is inktkleurig.

Sinds 1 maart staat Guus Luijters niet meer in deze krant. Ik mis zijn kleine geluk nog elke dag. De weemoed, het ouder worden in een veranderende stad, zijn columns die als herfstbladeren op de mat vielen.

Misschien ben ik te romantisch en onnodig melancholisch, maar ik denk niet dat ouderdom de aarts­vijand van de krantenbusiness is. Ook niet de redding overigens, maar een krant zonder rimpels is een krant zonder verhalen. Jonge mensen vertellen verhalen om te imponeren, oude mensen vertellen verhalen om niet vergeten te worden.

“Ik heb zo’n idiote voorstelling dat mensen er gelukkig van worden. Het was ook een mooi ritueel, 26 jaar lang. De eerste dagen van de week zocht ik naar een ­onderwerp. Op donderdag begon het te kriebelen. Op vrijdag zat ik netjes gekleed achter mijn computer – waar ik normaal in pyjama schrijf,” zegt Camps in zijn afscheidsinterview. Ik vind dat zo’n mooi beeld. Een man die zich netjes aankleed om een column te schrijven. Een man die een bruiloft van een deadline maakt.

En misschien klinkt het ietwat theatraal, maar ik begrijp niet waarom dat tegenwoordig een lelijk woord is. Een columnist krijgt een podium en een podium vraagt om theater. Schrijf zinnen die zo mooi zijn dat de planken er koorts van krijgen. Het zijn altijd de mensen die de gordijnen niet kunnen vinden, die iets theatraal noemen. Maak een buiging na elke punt. Trek je mooiste kleren aan. En trek ze dan uit. Wees op je allernaaktst. En schrijf. Schrijf tot de dood. Of schrijf tot de dag dat je wordt vervangen door een jonger iemand. Iemand met een racefiets, een podcast en een smartwatch.

Ik weet nog dat Camps een keer in een paar woorden een Russische voetbaltrainer beschreef. Hij had het over Valeri Lobanovsky: ‘Een boeddha op de bank, lijdend aan zichzelf, onverzorgd.’ Mooier gaan beschrijvingen niet worden. Een man, lijdend aan zichzelf.

Onverzorgd. Morsig, en toch verlicht.

Ik lees de laatste NRC-column van Hugo Camps voor de derde keer. De column is met gemak het hoogtepunt van de zaterdagkrant. Je voelt dat hij tijdens het ­schrijven zijn mooiste kleren droeg. Camps tikt geen columns, maar aanzoeken. De passie druipt ervan af. Maar ja, wat is passie? En waar eindigt het?

‘Passie eindigt op een bankje op de Zeedijk in Knokke. Alleen, met een hondje.’

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden